Naar hoofdinhoud

DEEL II › HOOFDSTUK 5

Artikel 5.8

Onderzoek en innovatie

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. De Partijen werken samen op het gebied van wetenschappelijk onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie op basis van gemeenschappelijke belangen en wederzijds voordeel, overeenkomstig hun reglement van orde en bepalingen. Die samenwerking is gericht op het bevorderen van sociale en economische ontwikkeling, het aanpakken van mondiale maatschappelijke uitdagingen, het bereiken van wetenschappelijke excellentie, het verbeteren van het regionale concurrentievermogen en het versterken van de betrekkingen tussen de Partijen, hetgeen zal leiden tot een langdurig partnerschap. De Partijen bevorderen een beleidsdialoog en gebruiken hun verschillende instrumenten, zoals de Overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Chili, gedaan te Brussel op 23 september 2002, op een complementaire wijze. 2. De Partijen streven naar: het verbeteren van de voorwaarden voor de mobiliteit van onderzoekers, wetenschappers, deskundigen, studenten en ondernemers en voor het grensoverschrijdend verkeer van materiaal en apparatuur; het vergemakkelijken van de wederzijdse toegang tot elkaars programma’s voor wetenschap, technologie en innovatie, onderzoeksinfrastructuren en -faciliteiten, publicaties en wetenschappelijke gegevens; het opvoeren van de samenwerking op het gebied van normvoorbereidend onderzoek en normalisatie; het bevorderen van gemeenschappelijke beginselen voor de eerlijke en billijke behandeling van intellectuele-eigendomsrechten in onderzoeks- en innovatieprojecten; het aanmoedigen van een beleidsdialoog over innovatie, met name gericht op kleine en middelgrote ondernemingen, teneinde nieuwe goederen en diensten te genereren en het stimuleren van technologische innovatie en ondernemerschap; het vergroten van het aantal gemeenschappelijke bedrijfsprojecten op het gebied van onderzoek en ontwikkeling in samenwerkingsverband die bedoeld zijn om innovatieve oplossingen voor gemeenschappelijke problemen en uitdagingen voort te brengen; het bevorderen van netwerken en banden tussen instellingen voor onderzoek en innovatie, zoals universiteiten en onderzoekscentra en bedrijven, in de regio’s van de Partijen, voor de ontwikkeling van activiteiten die de marktsituatie benaderen; het ondersteunen van sociale en openbare innovatieprogramma’s die erop gericht zijn de sociale ontwikkeling van de regio’s en in het bijzonder de levenskwaliteit van burgers te verbeteren; het bevorderen van samenwerking en de uitwisseling van beste praktijken, beleidsmaatregelen en strategieën, met inbegrip van mondiale uitdagingen, tussen besluitvormers, innovatieagentschappen en andere relevante belanghebbenden. 3. De Partijen bevorderen de volgende activiteiten waarbij overheidsorganisaties, openbare en particuliere onderzoekscentra, hogeronderwijsinstellingen, innovatieagentschappen en -netwerken en andere belanghebbenden, waaronder kleine en middelgrote ondernemingen, zijn betrokken: gezamenlijke initiatieven om meer bekendheid te geven aan programma’s voor wetenschap, technologie, innovatie en capaciteitsopbouw, en aan de mogelijkheden om aan elkaars programma’s deel te nemen; gezamenlijke bijeenkomsten en workshops om informatie en beste praktijken uit te wisselen en gebieden voor gezamenlijk onderzoek aan te wijzen; gezamenlijke en medegefinancierde acties voor onderzoek en innovatie, met inbegrip van thematische netwerken, op gebieden van gemeenschappelijk belang; wederzijds erkende beoordeling en evaluatie van de samenwerking op het gebied van wetenschap en innovatie en verspreiding van de resultaten daarvan.

Rechtspraak bij dit artikel