Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 9

Artikel 9.13

Invoervergunningsprocedures

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Elke Partij ziet erop toe dat alle invoervergunningsprocedures die van toepassing zijn op de handel in goederen tussen de Partijen, wat de toepassing ervan betreft neutraal zijn en op een eerlijke, billijke, niet-discriminerende en transparante wijze worden beheerd. 2. Invoervergunningsprocedures worden door een Partij alleen ingesteld of gehandhaafd als voorwaarde voor invoer in haar grondgebied uit het grondgebied van de andere Partij, als er voor het bereiken van een administratief doel redelijkerwijs geen andere passende procedure beschikbaar zijn. 3. Een Partij stelt geen niet-automatische invoervergunningsprocedures in en handhaaft die evenmin als voorwaarde voor invoer in haar grondgebied uit het grondgebied van de andere Partij, tenzij dat noodzakelijk is voor de uitvoering van een maatregel die strookt met dit deel van deze overeenkomst. Een Partij die een dergelijke niet-automatische invoervergunningsprocedure vaststelt, vermeldt aan de andere Partij duidelijk de maatregel die met die procedure ten uitvoer wordt gelegd. 4. Elke Partij stelt invoervergunningsprocedures vast en beheert die in overeenstemming met de artikelen 1 tot en met 3 van de Overeenkomst inzake procedures op het gebied van invoervergunningen. Daartoe worden de artikelen 1, 2 en 3 van die overeenkomst mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen en maken zij integrerend deel daarvan uit. 5. Een Partij die nieuwe invoervergunningsprocedures of wijzigingen van bestaande invoervergunningsprocedures vaststelt, stelt de andere Partij daarvan in kennis binnen 60 dagen na de bekendmaking van die nieuwe invoervergunningsprocedures of wijzigingen van bestaande invoervergunningsprocedures. De kennisgeving bevat de inlichtingen die worden genoemd in lid 3 van dit artikel en in artikel 5, lid 2, van de Overeenkomst inzake procedures op het gebied van invoervergunningen. Een Partij wordt geacht aan deze bepaling te voldoen indien zij de Commissie invoervergunningen overeenkomstig artikel 4 van de Overeenkomst inzake procedures op het gebied van invoervergunningen in kennis heeft gesteld van de desbetreffende nieuwe invoervergunningsprocedure of van een wijziging van een bestaande invoervergunningsprocedure, met inbegrip van de in artikel 5, lid 2, van die overeenkomst bedoelde inlichtingen. 6. Op verzoek van een Partij verstrekt de andere Partij onverwijld alle relevante informatie, waaronder de in artikel 5, lid 2, van de Overeenkomst inzake procedures op het gebied van invoervergunningen bedoelde inlichtingen, met betrekking tot elke invoervergunningsprocedure die zij voornemens is vast te stellen, die zij heeft vastgesteld of die zij handhaaft en elke wijziging van een bestaande invoervergunningsprocedure.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel