**1.** De Partijen werken samen bij het voorkomen, opsporen en bestrijden van inbreuken op de douanewetgeving betreffende de preferentiële behandeling die uit hoofde van dit hoofdstuk wordt toegekend overeenkomstig hun verplichtingen uit hoofde van hoofdstuk 10 (Oorsprongsregels) en het Protocol inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken bij deze overeenkomst.
**2.** Een Partij kan, overeenkomstig de in lid 3 vastgestelde procedure, de desbetreffende preferentiële behandeling tijdelijk schorsen wanneer die Partij op basis van objectieve, dwingende en verifieerbare informatie tot de bevinding is gekomen dat de andere Partij systematische en grootschalige inbreuken op de douanewetgeving heeft gemaakt om de uit hoofde van dit hoofdstuk bedoelde preferentiële behandeling te verkrijgen, en tot de bevinding is gekomen dat:
de andere Partij systematisch ontoereikend of ondeugdelijk heeft gehandeld bij de verificatie van de oorsprong van goederen en de naleving van de andere verplichtingen in het kader van het Protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken bij deze overeenkomst, of bij vaststelling of voorkoming van overtredingen van de oorsprongsregels;
de andere Partij systematisch weigert om op verzoek van de Partij controles achteraf van het bewijs van de oorsprong te verrichten of de resultaten daarvan tijdig mede te delen, of systematisch met onnodige vertraging een dergelijke controle verricht of de resultaten meedeelt; of
de andere Partij systematisch weigert of nalaat om samen te werken of medewerking te verlenen ter nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van het Protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken bij deze overeenkomst, in verband met de preferentiële behandeling.
**3.** De Partij die tot de in lid 2 bedoelde bevinding is gekomen, stelt het Gemengd Comité daarvan zonder onnodige vertraging in kennis en treedt in het kader van het Gemengd comité met de andere Partij in overleg om tot een oplossing te komen die aanvaardbaar is voor beide Partijen.
Indien de Partijen binnen drie maanden na de datum van kennisgeving geen overeenstemming bereiken over een wederzijds aanvaardbare oplossing, kan de Partij die tot de bevinding is gekomen, besluiten de desbetreffende preferentiële behandeling van de betrokken goederen tijdelijk te schorsen. Die Partij stelt het Gemengd Comité zonder onnodige vertraging in kennis van die tijdelijke schorsing.
Tijdelijke schorsingen gelden slechts voor de periode die nodig is om de financiële belangen van de betrokken Partij te beschermen, en niet langer dan zes maanden. Indien echter de omstandigheden die tot de aanvankelijke schorsing aanleiding gaven ook na het verstrijken van de termijn van zes maanden voortduren, kan de betrokken Partij besluiten de schorsing te verlengen. Elke tijdelijke schorsing is het voorwerp van periodiek overleg binnen het Gemengd Comité.
**4.** Elke Partij maakt overeenkomstig haar interne procedures berichten aan importeurs betreffende kennisgevingen of besluiten met betrekking tot de in lid 3 bedoelde tijdelijke schorsingen bekend.
DEEL III › HOOFDSTUK 9
Artikel 9.17
Specifieke maatregelen met betrekking tot beheer van preferentiële behandeling
Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht