Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VII

Artikel 25

Internationale samenwerking

Onderdeel van Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat· Internationaal publiekrecht

1. De partijen werken samen bij de verwezenlijking van het doel van dit verdrag. De partijen worden voorts aangemoedigd om, in voorkomend geval, staten die geen partij bij dit verdrag zijn, bij te staan bij hun optreden overeenkomstig dit verdrag en om partij bij dit verdrag te worden. 2. De partijen wisselen onderling, waar nodig, belangrijke en nuttige inlichtingen uit over aspecten in verband met AI die aanzienlijke positieve of negatieve gevolgen kunnen hebben voor de uitoefening van de mensenrechten, de werking van de democratie en de eerbiediging van de rechtsstaat, waaronder risico’s en gevolgen die zich in onderzoeksverband en met betrekking tot de particuliere sector hebben voorgedaan. De partijen worden aangemoedigd om, in voorkomend geval, belanghebbenden en staten die geen partij bij dit verdrag zijn, bij deze uitwisseling van inlichtingen te betrekken. 3. De partijen worden aangemoedigd om, in voorkomend geval ook met belanghebbenden, de samenwerking te versterken om risico’s en negatieve gevolgen voor de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat in het kader van activiteiten binnen de levenscyclus van AI-systemen te voorkomen en te beperken.

Rechtspraak bij dit artikel