**1.** De bepalingen van dit artikel vinden toepassing niettegenstaande de overige bepalingen van dit Verdrag.
**2.** Een onderneming van een verdragsluitende staat die in de andere verdragsluitende staat werkzaamheden buitengaats verricht, wordt behoudens het vierde en vijfde lid geacht in die andere staat een bedrijf uit te oefenen door middel van een aldaar gelegen vaste inrichting.
**3.** In dit artikel betekent het begrip „werkzaamheden buitengaats” werkzaamheden die buitengaats in een verdragsluitende staat worden verricht in verband met de exploratie of exploitatie van de in die staat gelegen zeebodem en de ondergrond daarvan en hun natuurlijke rijkdommen en omvat de installatie en exploitatie van pijpleidingen en andere installaties onder of boven het oppervlak van de zee in die staat.
**4.** De bepalingen van het tweede lid zijn niet van toepassing indien de werkzaamheden buitengaats worden verricht in de andere verdragsluitende staat gedurende een tijdvak of tijdvakken dat of die in een tijdvak van twaalf maanden, beginnend of eindigend in het desbetreffende belastingjaar, een totaal van 30 dagen niet te boven gaat of gaan. Voor de toepassing van dit lid:
wordt, wanneer een onderneming van de verdragsluitende staat die in de andere verdragsluitende staat werkzaamheden buitengaats verricht gelieerd is aan een andere onderneming die daar in wezen gelijksoortige werkzaamheden buitengaats verricht, de eerstbedoelde onderneming geacht al die werkzaamheden van de laatstbedoelde onderneming te verrichten, behoudens in zoverre die werkzaamheden tegelijkertijd met haar eigen werkzaamheden worden verricht;
wordt een onderneming geacht gelieerd te zijn aan een andere onderneming indien de een direct of indirect deelneemt aan de leiding van, aan het toezicht op dan wel in ten minste 25% van het kapitaal van de ander of indien dezelfde personen direct of indirect deelnemen aan de leiding van, aan het toezicht op dan wel in ten minste 25% van het kapitaal van beide ondernemingen.
**5.** De bepalingen van het tweede lid zijn niet van toepassing op het vervoer van voorraden of personeel door een schip of luchtvaartuig naar een locatie waar werkzaamheden buitengaats plaatsvinden of op de exploitatie van sleepboten of ankerbehandelingsschepen in verband met deze werkzaamheden.
**6.** Onder voorbehoud van de onderdelen b en c van dit lid mogen salarissen, lonen en soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een verdragsluitende staat ter zake van een dienstbetrekking in verband met werkzaamheden buitengaats in de andere verdragsluitende staat, voor zover de diensten buitengaats in die andere staat zijn verricht, in die andere staat worden belast;
Deze beloning is echter uitsluitend belastbaar in de eerstgenoemde staat indien:
de genieter in verband met deze dienstbetrekking in de andere staat verblijft gedurende een tijdvak dat of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden beginnend of eindigend in het desbetreffende belastingjaar een totaal van 30 dagen niet te boven gaat of gaan; en
de beloning wordt betaald door of namens een werkgever die geen inwoner van de andere staat is; en
de beloning niet ten laste komt van een vaste inrichting die de werkgever in de andere staat heeft.
Salarissen, lonen en soortgelijke beloningen verkregen ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig geëxploiteerd door een onderneming van een verdragsluitende staat voor het vervoer van voorraden of personeel naar een plaats waar werkzaamheden buitengaats worden verricht, of ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een sleepboot die of ankerbehandelingsschip dat door een onderneming van een verdragsluitende staat wordt geëxploiteerd in verband met deze werkzaamheden, zijn slechts in die staat belastbaar.
**7.** Voordelen verkregen door een onderneming van een verdragsluitende staat uit de vervreemding van:
rechten tot exploratie of exploitatie;
roerende zaken die gelegen zijn in de andere verdragsluitende staat en die gebruikt worden in verband met de werkzaamheden buitengaats, zoals omschreven in het derde lid, die in die andere staat worden verricht waarop de bepalingen van het tweede lid van toepassing zijn; of
aandelen of vergelijkbare belangen die hun waarde of het merendeel van hun waarde direct of indirect ontlenen aan dergelijke rechten of dergelijke zaken of aan dergelijke rechten en zaken tezamen; mogen in die andere staat worden belast.
Onder „rechten tot exploratie of exploitatie” worden in dit lid verstaan de rechten op de vermogensbestanddelen die voortvloeien uit de exploratie of exploitatie van de zeebodem en de ondergrond daarvan en hun natuurlijke rijkdommen in de andere verdragsluitende staat, met inbegrip van de rechten op belangen in of op voordelen uit dergelijke vermogensbestanddelen.
Artikel 19
Activiteiten voor de kust
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Republiek Cyprus tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 28 februari 2026