**1.** De partijen waarborgen dat het nationale wet- en regelgevingskader waarborgt dat beroepsverenigingen onafhankelijke, zelfbesturende organen zijn. De verkiezing van hun uitvoerende organen geschiedt in overeenstemming met de toepasselijke regels en zonder inmenging van buitenaf.
**2.** De partijen waarborgen dat beroepsverenigingen:
de belangen van advocaten en hun beroep bevorderen en behartigen;
de onafhankelijkheid van advocaten en hun rol in de samenleving bevorderen en verdedigen;
professionele gedragsnormen opstellen en de naleving daarvan bevorderen, in overeenstemming met dit Verdrag;
de toegang tot het beroep en de voortdurende bij- en nascholing van advocaten bevorderen;
samenwerken met advocaten, andere beroepsverenigingen en internationale, intergouvernementele of niet-gouvernementele organisaties op het gebied van het recht en de rechtspraktijk, met inbegrip van de bevordering en bescherming van de rol van advocaten; en
het welzijn van advocaten bevorderen en hen en hun gezinnen waar nodig bijstaan.
**3.** De partijen waarborgen dat beroepsverenigingen tijdig en doeltreffend worden geraadpleegd over voorstellen van de overheid voor wijzigingen in wetgeving, procedurele en administratieve voorschriften die rechtstreeks van invloed zijn op de beroepsactiviteiten van advocaten en de reglementering van het beroep.
**4.** De partijen waarborgen dat de verplichting om lid te zijn van een beroepsvereniging advocaten niet belet andere verenigingen op te richten en daaraan deel te nemen om hun beroepsbelangen en -activiteiten te behartigen.
HOOFDSTUK II
Artikel 4
Beroepsverenigingen
Onderdeel van Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van het advocatenberoep· Internationaal publiekrecht