Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 6

Beroepsrechten van advocaten

Onderdeel van Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van het advocatenberoep· Internationaal publiekrecht

1. De partijen dragen er zorg voor dat advocaten: juridisch advies, bijstand en vertegenwoordiging kunnen aanbieden en verlenen, onder meer met het oog op de verdediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden; natuurlijke personen of rechtspersonen als cliënt kunnen aannemen of weigeren en de relatie tussen advocaat en cliënt kunnen beëindigen; snelle en daadwerkelijke toegang kunnen hebben tot hun cliënten en potentiële cliënten, zelfs wanneer deze de vrijheid is ontnomen; kunnen worden erkend als personen die gemachtigd zijn om hun cliënten te adviseren, bij te staan of te vertegenwoordigen; effectieve toegang kunnen hebben tot alle relevante materialen die in het bezit zijn van of onder controle staan van de bevoegde overheidsorganen en rechterlijke instanties zonder onnodige vertraging en beperkingen wanneer zij optreden namens hun cliënten; daadwerkelijk toegang kunnen hebben tot en communiceren met een gerecht of een ander soortgelijk orgaan waarvoor zij bevoegd zijn te verschijnen; namens hun cliënten verzoeken of moties kunnen indienen, onder meer met betrekking tot de wraking van een rechter, officier van justitie of lid van een orgaan dat in een bepaalde zaak uitspraak moet doen en met betrekking tot het verloop van de procedure; daadwerkelijk kunnen deelnemen aan alle procedures waarin zij namens hun cliënten optreden; het publiek kunnen informeren over hun diensten. 2. De partijen waarborgen dat advocaten niet civiel- of strafrechtelijk aansprakelijk zijn voor mondelinge en schriftelijke verklaringen die te goeder trouw en zorgvuldig zijn afgelegd bij het voeren van alle procedures namens hun cliënten. 3. De partijen waarborgen dat advocaten: hun cliënten of potentiële cliënten kunnen voorzien van juridisch advies in privé wanneer zij hen persoonlijk ontmoeten; vertrouwelijk kunnen communiceren met hun cliënten of potentiële cliënten, op welke wijze en in welke vorm dan ook; niet verplicht zijn informatie of materiaal dat direct of indirect van cliënten of potentiële cliënten is ontvangen, alsmede eventuele uitwisselingen met hen, en materiaal dat is opgesteld in verband met die uitwisselingen of het voeren van gerechtelijke procedures namens hen, openbaar te maken, over te dragen of te bewijzen. 4. Aan de uitoefening van de in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel vastgestelde rechten mogen geen andere beperkingen worden gesteld dan die welke bij wet zijn voorgeschreven en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn. Dergelijke beperkingen omvatten, maar zijn niet beperkt tot, vereisten om de beschikbaarheid van juridisch advies, bijstand en vertegenwoordiging voor iedereen te waarborgen. 5. De partijen waarborgen dat advocaten geen nadelige gevolgen ondervinden als gevolg van identificatie met hun cliënten of de zaak van hun cliënten. Dit artikel wordt toegepast onverminderd de vrijheid van meningsuiting zoals beschermd door het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en het nationale recht.

Rechtspraak bij dit artikel