Naar hoofdinhoud
1. Wanneer een vergunning die rechtstreeks betrekking heeft op een grensoverschrijdend project op korte termijn afloopt, en de vergunninghouder deze wil verlengen en/of een nieuwe of gewijzigde vergunning aanvraagt, dan zal de bevoegde autoriteit van de verdragsluitende partij die verantwoordelijk is voor die vergunning deze, met inachtneming van haar wet- en regelgeving, vernieuwen of verlenen. 2. Wanneer een vergunning die rechtstreeks betrekking heeft op een grensoverschrijdend project Naar verwachting wordt of reeds is ingetrokken; of Naar verwachting verloopt of reeds is verlopen zonder dat om verlenging van die vergunning is verzocht; of Naar verwachting wordt of reeds is teruggegeven, neemt de bevoegde autoriteit van de verdragsluitende partij die verantwoordelijk is voor die vergunning, in overleg met de bevoegde autoriteit van de andere verdragsluitende partij, de economische en praktische opties voor voortgezet gebruik in overweging. Op voorwaarde dat de economische en praktische opties voor voortgezet gebruik zijn vastgesteld, verleent de bevoegde autoriteit van de verdragsluitende partij die verantwoordelijk is voor die vergunning, in overeenstemming met haar wet- en regelgeving, een nieuwe vergunning om de voortzetting van het grensoverschrijdend project mogelijk te maken.

Rechtspraak bij dit artikel