Naar hoofdinhoud
1. De verdragsluitende partijen kunnen dit Verdrag te allen tijde in onderlinge overeenstemming wijzigen of beëindigen door middel van een diplomatieke notawisseling. 2. Elke verdragsluitende partij kan te allen tijde verzoeken om overleg met het doel om wijzigingen van dit Verdrag te overwegen. Dergelijk overleg vangt aan binnen twee maanden na het verzoek en wordt voortvarend uitgevoerd. Bij dergelijk overleg nemen de verdragsluitende partijen de voorstellen tot wijziging volledig en naar behoren in overweging met het doel op een zo kort mogelijke termijn een wederzijds aanvaardbare oplossing te vinden. 3. Elke verdragsluitende partij stelt de andere verdragsluitende partij schriftelijk langs diplomatieke weg in kennis, wanneer aan de interne vereisten voor de inwerkingtreding van de wijzigingen van dit Verdrag is voldaan. Wijzigingen treden in werking in overeenstemming met artikel 29, eerste lid. 4. Dit Verdrag kan door elke verdragsluitende partij worden opgezegd door de andere verdragsluitende partij ten minste twaalf (12) maanden van tevoren schriftelijk langs diplomatieke weg in kennis te stellen van haar voornemen het Verdrag te beëindigen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel