Naar hoofdinhoud
1. Indien een afhankelijk gezinslid immuniteit geniet ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van de ontvangende staat ingevolge het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer of enige andere internationale overeenkomst, doet de zendstaat afstand van de immuniteit van het betrokken afhankelijke gezinslid ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van de ontvangende staat met betrekking tot elk handelen of nalaten dat verband houdt met hun betaalde werkzaamheden, behalve in bijzondere gevallen waarin de zendstaat van mening is dat het doen van afstand in strijd is met zijn belangen. 2. Het afstand doen van immuniteit heeft geen betrekking op maatregelen van preventieve aard of de tenuitvoerlegging van een vonnis; daarvoor is afzonderlijk afstand doen van immuniteit noodzakelijk. In dergelijke gevallen verzoekt de ontvangende staat de zendstaat schriftelijk afstand te doen van deze immuniteit.

Rechtspraak bij dit artikel