Naar hoofdinhoud
1. Een doorgeleidingsverzoek moet schriftelijk worden ingediend bij de bevoegde autoriteiten en moet de volgende inlichtingen bevatten: type van doorgeleiding (door de lucht, over land of zee), eventuele andere Staten van doorreis en de Staat van bestemming; de personalia van de betrokkene (naam, voornamen, geboortedatum en – indien beschikbaar – geboorteplaats, nationaliteit, aard en nummer van het reisdocument); beoogde grensdoorlaatpost, tijdstip van doorgeleiding en eventueel gebruik van begeleiders; een verklaring waarin wordt gesteld dat volgens de Verzoekende Partij is voldaan aan de voorwaarden vermeld in artikel 10, leden 1 en 2, van deze Overeenkomst, en dat er geen redenen bekend zijn voor een weigering op grond van artikel 10, lid 3. 2. De bevoegde autoriteit van de Aangezochte Partij brengt de bevoegde autoriteit van de Verzoekende Partij onverwijld schriftelijk op de hoogte van de toelating, met bevestiging van de grensdoorlaatpost en het beoogde tijdstip van toelating, of van de weigering van de toelating en de redenen voor die weigering. 3. Indien de doorgeleiding door de lucht plaatsvindt, worden aan de door te geleiden persoon en eventuele begeleiders de noodzakelijke voorzieningen met het oog op toegang tot de nationale of internationale zone van de luchthaven van de Aangezochte Partij verleend. 4. De bevoegde autoriteiten van de Aangezochte Partij steunen, mits in onderling overleg, de doorgeleiding, met name door toezicht op de door te geleiden persoon en de terbeschikkingstelling van daartoe geschikte voorzieningen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel