Naar hoofdinhoud
1. Het verzoek om terugname van een eigen onderdaan van een Partij kan op ieder ogenblik door de bevoegde autoriteit van de Verzoekende Partij worden ingediend, wanneer is vastgesteld dat de betrokkene niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de Verzoekende Partij. 2. Het verzoek om terugname van een onderdaan van een derde Staat of van een staatloze persoon moet door de bevoegde autoriteit van de Verzoekende Partij worden ingediend binnen een termijn van ten hoogste één (1) jaar nadat de Verzoekende Partij kennis heeft gekregen van het feit dat deze persoon niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de Verzoekende Partij. Indien er juridische of feitelijke belemmeringen zijn waardoor het verzoek niet tijdig kan worden ingediend, wordt de termijn, op verzoek, verlengd doch uiterlijk totdat de belemmeringen zijn opgeheven. 3. Een verzoek om terugname moet onverwijld en in elk geval uiterlijk binnen een termijn van dertig (30) dagen worden beantwoord en elke afwijzing moet worden gemotiveerd. Deze termijn begint te lopen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek om terugname. Wanneer niet binnen deze termijn wordt geantwoord, wordt aangenomen dat met de overdracht wordt ingestemd. 4. Nadat de instemming met het verzoek om terugname is gegeven, of nadat de termijn is verstreken, draagt de Verzoekende Partij de persoon met wiens terugname werd ingestemd onverwijld en in elk geval uiterlijk binnen een termijn van zes (6) maanden over. Deze termijn kan op verzoek worden verlengd met de tijd die nodig is om de juridische of praktische belemmeringen op te heffen. De Aangezochte Partij neemt de persoon met wiens terugname werd ingestemd zonder verdere formaliteiten over of terug. 5. Op verzoek van de Verzoekende Partij verstrekt de Aangezochte Partij onverwijld, en in elk geval uiterlijk binnen een termijn van vijf (5) werkdagen, het voor de terugkeer van de terug of over te nemen persoon noodzakelijke reisdocument op diens naam en met een geldigheidsduur van ten minste één (1) maand. Kan de Aangezochte Partij het gevraagde reisdocument niet binnen vijf (5) werkdagen na de datum van instemming met de terugname verstrekken, dan wordt aangenomen dat zij instemt met het gebruik van een door de Verzoekende Partij verstrekt reisdocument. Indien de betrokkene om juridische of andere redenen niet binnen de geldigheidstermijn van het oorspronkelijk afgegeven reisdocument kan worden overgedragen, verstrekt de Aangezochte Partij binnen twee (2) werkdagen een nieuw reisdocument of verlengt ze het oorspronkelijke document met eenzelfde geldigheidsduur.

Rechtspraak bij dit artikel