Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Verklaringen en voorbehouden

Onderdeel van Vierde Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag betreffende uitlevering· Strafrecht

1. Door een staat gemaakte voorbehouden ten aanzien van de bepalingen van het Verdrag of de Aanvullende Protocollen daarbij die niet bij dit Protocol worden gewijzigd zijn eveneens op dit Protocol van toepassing, tenzij die staat anderszins verklaart op het tijdstip van ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding. Hetzelfde is van toepassing op verklaringen ter zake van of uit hoofde van een bepaling van het Verdrag of de Aanvullende Protocollen daarbij. 2. Voorbehouden en verklaringen van een staat ten aanzien van bepalingen van het Verdrag die bij dit Protocol worden gewijzigd, zijn tussen de partijen bij dit Protocol niet van toepassing. 3. Ten aanzien van de bepalingen van dit Protocol, met uitzondering van de voorbehouden bedoeld in artikel 10, derde lid, en artikel 21, vijfde lid, van het Verdrag zoals gewijzigd bij dit Protocol, en in artikel 6, derde lid, van dit Protocol, kan geen enkel voorbehoud worden gemaakt. Elk voorbehoud kan op basis van wederkerigheid worden gemaakt. 4. Elke staat kan een voorbehoud of een verklaring gemaakt of afgelegd in overeenstemming met dit Protocol geheel of gedeeltelijk intrekken door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte kennisgeving, die van kracht wordt op de datum van ontvangst ervan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel