**1.** Elke staat kan, op het moment van ondertekening of bij de neerlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, aangeven op welk gebied of welke gebieden van die staat dit verdrag van toepassing zal zijn.
**2.** Elke staat kan op een later tijdstip door middel van een verklaring gericht aan de secretaris-generaal van de Raad van Europa de toepassing van dit verdrag uitbreiden tot elk ander gebied van die staat dat in de verklaring wordt genoemd en voor de internationale betrekkingen waarvan die staat verantwoordelijk is of waarvoor hij bevoegd is verbintenissen aan te gaan. Ten aanzien van een dergelijk gebied treedt dit verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van bedoelde verklaring door de secretaris-generaal van de Raad van Europa.
**3.** Elke krachtens de leden 1 en 2 gedane verklaring kan, met betrekking tot elk in die verklaring genoemd gebied, worden ingetrokken door middel van een aan de secretaris-generaal van de Raad van Europa gerichte kennisgeving. De intrekking wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van deze kennisgeving door de secretaris-generaal van de Raad van Europa.
DEEL VIII
Artikel 32
Territoriale toepassing
Onderdeel van Verdrag tot oprichting van een internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne· Internationaal publiekrecht