Naar hoofdinhoud

DEEL VIII

Artikel 36

Duur en beëindiging

Onderdeel van Verdrag tot oprichting van een internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne· Internationaal publiekrecht

1. Onverminderd lid 4, blijft dit verdrag van kracht voor een periode van ten minste tien jaar vanaf de inwerkingtreding ervan. 2. Dit verdrag blijft daarna van kracht voor opeenvolgende perioden van maximaal vijf jaar indien de vergadering vóór het einde van de dan lopende periode, bij een meerderheid van ten minste driekwart van alle leden, besluit dat het van kracht moet blijven. 3. Tien jaar na de inwerkingtreding van dit verdrag kan de vergadering het op elk moment bij een meerderheid van ten minste drie kwart van alle leden beëindigen en de commissie ontbinden. 4. De vergadering beëindigt dit verdrag indien: als gevolg van opzeggingen overeenkomstig artikel 35 van dit verdrag het aantal partijen bij dit verdrag onder de in artikel 30, lid 3, punt a), van dit verdrag genoemde drempel daalt, of er onvoldoende middelen zijn om de verwachte operationele uitgaven van de commissie voor de volgende twaalf maanden te financieren en de commissie niet in staat is om alternatieve financiering te vinden. 5. Beëindiging op grond van lid 4, punt a), treedt in werking twaalf maanden na de datum van ontvangst door de secretaris-generaal van de Raad van Europa van de kennisgeving van opzegging die de aanleiding vormt voor deze gebeurtenis, tenzij de vergadering binnen drie maanden na de datum waarop het aantal partijen bij dit verdrag onder de in artikel 30, lid 3, punt a), van dit verdrag genoemde drempel daalt, bij consensus besluit dat dit verdrag van kracht moet blijven en de commissie voor een bepaalde periode moet blijven bestaan. 6. Beëindiging op grond van lid 4, punt b), wordt zo spoedig mogelijk na de datum van het daartoe strekkende besluit van de vergadering van kracht. 7. In geval van beëindiging van dit verdrag en ontbinding van de commissie zorgt de vergadering ervoor dat alle door de commissie ontvangen informatie over vorderingen en bewijsmateriaal, haar besluiten en andere documentatie, met inbegrip van haar archieven, worden bewaard. 8. Voordat dit verdrag op grond van dit artikel wordt beëindigd en de commissie wordt ontbonden, stelt de vergadering de nodige overgangsregelingen vast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel