**1.** De commissie, met inbegrip van haar bureau in Oekraïne en eventuele bureaus in andere staten, geniet op het grondgebied van elke staat die lid is, de voorrechten en immuniteiten die nodig zijn voor de uitoefening van haar taken en de vervulling van haar mandaat.
**2.** De staten die lid zijn, passen op hun grondgebied ten aanzien van de commissie, haar bureaus, de uitvoerend directeur en de andere leden van het secretariaat, en de door de commissie aangestelde deskundigen de regels van het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa toe, met name:
ten aanzien van de commissie, met inbegrip van haar bureaus, eigendommen en bezittingen, de artikelen 3 tot en met 7 van het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa;
ten aanzien van de uitvoerend directeur en de andere leden van het secretariaat, artikel 18 van het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa;
ten aanzien van de door de commissie aangestelde deskundigen, artikel 18, punten a) en e), van het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa.
**3.** De staten die lid zijn, verlenen de commissarissen bij de uitoefening van de werkzaamheden van de commissie op hun grondgebied dezelfde voorrechten en immuniteiten als die welke zijn vastgesteld in artikel 16 van het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa.
**4.** De vertegenwoordigers van de leden in de organen van de commissie, de commissarissen, de uitvoerend directeur en de andere leden van het secretariaat, en de door de commissie aangestelde deskundigen worden op het grondgebied van iedere staat die lid is, vrijgesteld van rechtsvervolging van welke aard ook voor hetgeen zij in hun officiële hoedanigheid hebben gezegd, geschreven of gedaan, en genieten deze immuniteit ook na afloop van hun ambtstermijn.
**5.** Elke staat die lid is, kan door middel van een aan de secretaris-generaal van de Raad van Europa gerichte kennisgeving verklaren dat een op grond van de leden 2, 3 en 4 verleende immuniteit van rechtsvervolging niet geldt voor een inbreuk op de voorschriften inzake het verkeer van motorvoertuigen of in geval van schade veroorzaakt door een motorvoertuig dat eigendom is van of is bestuurd door een persoon aan wie bedoelde immuniteit is verleend.
**6.** De voorrechten en immuniteiten van:
de commissarissen kunnen door de vergadering worden opgeheven;
de uitvoerend directeur, de andere leden van het secretariaat en de door de commissie aangestelde deskundigen kunnen door de secretaris-generaal van de Raad van Europa worden opgeheven.
**7.** De in lid 2, punt a), bedoelde immuniteit kan door de vergadering worden opgeheven. De werkingssfeer van bedoelde opheffing van immuniteit strekt zich niet uit tot tenuitvoerleggings- of confiscatiemaatregelen met betrekking tot eigendommen van de commissie, met inbegrip van haar digitale platform en alle gegevens over vorderingen en bewijsmateriaal, waarvoor een afzonderlijke opheffing door de vergadering is vereist.
**8.** In het geval dat een lid zijn lidmaatschap opzegt of dit verdrag wordt beëindigd, blijven de leden de in dit artikel bedoelde immuniteiten verlenen.
DEEL III
Artikel 6
Voorrechten en immuniteiten
Onderdeel van Verdrag tot oprichting van een internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne· Internationaal publiekrecht