**a.** De directeur-generaal stelt het Koninkrijk der Nederlanden in kennis wanneer de Raad ermee instemt dat een functionaris van het Agentschap optreedt als waarborginspecteur. Tenzij het Koninkrijk der Nederlanden binnen drie maanden nadat het van de instemming van de Raad in kennis is gesteld, de directeur-generaal laat weten dat het niet aanvaardt dat de betrokken functionaris optreedt als inspecteur voor het Koninkrijk der Nederlanden, wordt de aldus aan het Koninkrijk der Nederlanden meegedeelde inspecteur geacht voor het Koninkrijk der Nederlanden te zijn benoemd.
De directeur-generaal, die handelt naar aanleiding van een verzoek van het Koninkrijk der Nederlanden dan wel op eigen initiatief, stelt het Koninkrijk der Nederlanden onverwijld in kennis van de beëindiging van de benoeming van een functionaris als inspecteur voor het Koninkrijk der Nederlanden.
**b.** Een kennisgeving als bedoeld onder a) hierboven wordt geacht door het Koninkrijk der Nederlanden te zijn ontvangen zeven dagen na de datum van de kennisgeving door het Agentschap per aangetekende post aan het Koninkrijk der Nederlanden is verzonden.
Hoofdstuk
Artikel 11