Naar hoofdinhoud
1. De bevoegde beveiligingsautoriteiten stellen elkaar, op verzoek, in kennis van veranderingen in hun nationale wet- en regelgeving, beleid en praktijken met betrekking tot de beveiliging van gerubriceerde gegevens. 2. Op verzoek van de bevoegde beveiligingsautoriteit van de ene partij bevestigt de bevoegde beveiligingsautoriteit van de andere partij schriftelijk dat er een geldige veiligheidsmachtiging personeel is afgegeven aan een natuurlijke persoon of een veiligheidsmachtiging bedrijfslocatie is afgegeven aan een rechtspersoon. 3. Binnen de reikwijdte van dit Verdrag erkent elke partij de veiligheidsmachtigingen personeel en veiligheidsmachtigingen bedrijfslocatie die door de andere partij zijn afgegeven. 4. De bevoegde beveiligingsautoriteiten verlenen elkaar, op verzoek en in overeenstemming met hun nationale wet- en regelgeving, bijstand bij het uitvoeren van onderzoeken in verband met de afgifte van een veiligheidsmachtiging personeel of veiligheidsmachtiging bedrijfslocatie. 5. De bevoegde beveiligingsautoriteiten stellen elkaar onverwijld schriftelijk in kennis van veranderingen in erkende veiligheidsmachtigingen personeel of veiligheidsmachtigingen bedrijfslocatie waarvoor een bevestiging is verstrekt. 6. Binnen de reikwijdte van dit Verdrag en niettegenstaande artikel 9, erkent elke partij een door de andere partij afgegeven formele goedkeuringshandeling die betrekking heeft op apparatuur en mechanismen in verband met en met inbegrip van communicatie- en informatiesystemen die worden gebruikt om de gerubriceerde gegevens van de andere partij te verwerken. Indien nodig wordt de bijgewerkte lijst van goedgekeurde apparatuur en mechanismen uitgewisseld tussen de bevoegde beveiligingsautoriteiten. 7. Bij de samenwerking uit hoofde van dit Verdrag wordt gebruikgemaakt van de Engelse taal.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel