Naar hoofdinhoud
Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die zijn afgegeven of geldig verklaard in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de ene verdragsluitende partij, en, in het geval van Nederland, mede in overeenstemming met de Europese wet- en regelgeving, en die nog niet zijn verlopen, worden door de andere verdragsluitende partij als geldig erkend voor de exploitatie van de routes en diensten als voorzien in dit Verdrag, mits de vereisten voor de uitreiking of voor de afgifte van deze bewijzen of vergunningen gelijkwaardig zijn aan of zwaarder dan de in overeenstemming met het Verdrag van Chicago vastgestelde of vast te stellen minimumnormen. Elke verdragsluitende partij behoudt zich evenwel het recht voor om voor vluchten boven haar eigen grondgebied de erkenning te weigeren van bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die aan haar eigen onderdanen zijn verstrekt of ten behoeve van hen geldig zijn verklaard door de andere verdragsluitende partij of door elke andere staat.

Rechtspraak bij dit artikel