Naar hoofdinhoud
1. De verdragsluitende partijen bevestigen hun gehechtheid aan de doelstelling van de Overeenkomst van Parijs om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2, bij voorkeur tot 1,5 graden Celsius, in vergelijking met het pre-industriële niveau. Zij komen overeen bij te dragen aan de verwezenlijking van die doelstelling door de broeikasgasemissies in verband met de luchtvaart te beperken. 2. De verdragsluitende partijen bevestigen hun steun voor de op de 41e zitting van de Algemene Vergadering van ICAO vastgestelde ambitieuze langetermijndoelstelling van een nettonuluitstoot van koolstofdioxide tegen 2050 en streven ernaar deze te verwezenlijken. Zij komen overeen met elkaar en met derde landen samen te werken bij de ontwikkeling en uitvoering van passende maatregelen om dit doel te bereiken. 3. De verdragsluitende partijen nemen deel aan de regeling voor koolstofcompensatie en -reductie voor de internationale luchtvaart (CORSIA) van ICAO en bevorderen de naleving van deze regeling in hun respectieve interacties met derde landen. 4. De verdragsluitende partijen verbinden zich ertoe samen te werken ter ondersteuning van milieu- en duurzaamheidsmaatregelen op het niveau van ICAO. Zij verbinden zich er met name toe uitvoering te geven aan het mondiaal kader dat op 24 november 2023 door de 3e ICAO-conferentie over luchtvaart en alternatieve brandstoffen (CAAF/3) is aangenomen, door gebruik te maken van schonere luchtvaarttechnologieën. 5. De verdragsluitende partijen verbinden zich ertoe binnenlandse maatregelen te ontwikkelen die het gebruik van duurzame luchtvaartbrandstoffen in hun respectieve gebieden zullen bevorderen en vergroten. Zij komen overeen elkaar in kennis te stellen van de genomen maatregelen en de daarmee verband houdende beste praktijken, en van het effect daarvan op de productie van duurzame luchtvaartbrandstoffen en het aandeel van duurzame luchtvaartbrandstoffen in de op hun respectieve grondgebieden geleverde luchtvaartbrandstof. De verdragsluitende partijen komen ook overeen bij te dragen aan regionale en internationale maatregelen die erop gericht zijn de beschikbaarheid en inzet van duurzame luchtvaartbrandstoffen te vergroten. 6. De verdragsluitende partijen blijven hun samenwerking inzetten en versterken op het gebied van milieumaatregelen in de luchtvaart, met inbegrip van, maar niet beperkt tot: beleid en regelgeving, onderzoek en ontwikkeling en uitrol met betrekking tot milieuvriendelijke luchtvaarttechnologie, met inbegrip van duurzame luchtvaartbrandstoffen en waterstof- en elektrische luchtvaartuigen; innovatie op het gebied van beheer van luchtvaartverkeer teneinde de milieugevolgen van de luchtvaart te beperken; geluidsbeperking en -monitoring; beperking van de luchtverontreiniging; de uitrol van infrastructuur voor duurzame luchtvaartbrandstoffen en andere nieuwe brandstoffen en energiebronnen, zoals waterstof en elektriciteit. 7. Niets in dit Verdrag mag zodanig worden uitgelegd dat daardoor de bevoegdheid van een verdragsluitende partij om passende maatregelen te nemen voor het voorkomen of anderszins aanpakken van de milieu- en klimaatgevolgen van luchtvervoer worden beperkt, mits deze maatregelen volledig verenigbaar zijn met hun rechten en verplichtingen uit hoofde van het internationale recht en op niet-discriminerende wijze worden toegepast.

Rechtspraak bij dit artikel