Naar hoofdinhoud
1. De verdragsluitende partijen komen overeen dat zij gezamenlijk zullen streven naar een eerlijke en concurrerende omgeving en eerlijke en gelijke kansen voor hun luchtvaartmaatschappijen om te kunnen concurreren bij het verzorgen van internationale luchtdiensten. 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „subsidie” verstaan elke financiële bijdrage die door de regering of enig ander overheidsorgaan op enig niveau wordt toegekend, met inbegrip van de directe of indirecte overdracht van enigerlei soort middelen, het al dan niet innen van anderszins verschuldigde inkomsten en de directe of indirecte levering van goederen en diensten op niet-commerciële voorwaarden, waardoor aan luchtvaartmaatschappijen een economisch voordeel wordt verleend. 3. Ter verwezenlijking van de in het eerste lid van dit artikel genoemde doelstelling zal elke verdragsluitende partij: binnen haar rechtsmacht alle vormen van discriminatie of oneerlijke praktijken die afbreuk zouden doen aan de eerlijke en gelijke kansen van de luchtvaartmaatschappijen van de andere verdragsluitende partij om te concurreren bij het verlenen van internationale luchtdiensten verbieden en, indien deze bestaan, uitbannen; en geen subsidies verlenen of handhaven ten aanzien van luchtvaartmaatschappijen die nadelige gevolgen zouden hebben voor de eerlijke en gelijke kansen van de luchtvaartmaatschappijen van de andere verdragsluitende partij om te concurreren bij het verzorgen van internationale luchtdiensten. 4. Niettegenstaande het derde lid, onderdeel b, van dit artikel kunnen de verdragsluitende partijen: steun aan een insolvente of noodlijdende luchtvaartmaatschappij verlenen, mits i) deze steun afhankelijk is van een geloofwaardig herstructureringsplan om ervoor te zorgen dat de insolvente of noodlijdende luchtvaartmaatschappij binnen een redelijke termijn weer levensvatbaar wordt op lange termijn; en ii) de betrokken luchtvaartmaatschappij, of haar investeerders of aandeelhouders, aanzienlijk bijdragen aan de herstructureringskosten; tijdelijke en beperkte liquiditeitssteun verlenen aan een noodlijdende luchtvaartmaatschappij in de vorm van leningen of leninggaranties, louter om deze in bedrijf te houden gedurende de tijd die nodig is om een herstructurerings- of liquidatieplan uit te werken; subsidies verlenen tot herstel van de schade veroorzaakt door natuurrampen of andere buitengewone gebeurtenissen of tot opheffing van een ernstige verstoring in de economie van de Republiek Benin of van een of meer EU-lidstaten; subsidies verlenen aan luchtvaartmaatschappijen die belast zijn met de uitvoering van duidelijk omschreven openbaredienstverplichtingen die nodig zijn om te voorzien in de essentiële vervoersbehoeften van de bevolking. 5. Elke verdragsluitende partij draagt er zorg voor dat elk van haar luchtvaartmaatschappijen die in het kader van dit Verdrag internationale luchtdiensten verlenen, ten minste jaarlijks, een financieel verslag publiceren, vergezeld van een financieel overzicht, dat extern wordt gecontroleerd in overeenstemming met internationaal erkende standaarden voor jaarrekeningen en financiële informatieverschaffing door ondernemingen, zoals de International Financial Reporting Standards. 6. Elke verdragsluitende partij verstrekt, op verzoek, aan de andere verdragsluitende partij, binnen een redelijk tijdsbestek, aanvullende financiële rapporten en elke andere relevante informatie. 7. Indien een verdragsluitende partij (hierna „de initiërende verdragsluitende partij” genoemd) van oordeel is dat de eerlijke en gelijke kansen van haar luchtvaartmaatschappijen om te concurreren nadelig worden beïnvloed door de schending door de andere verdragsluitende partij van een van de bepalingen van dit artikel, kan zij optreden in overeenstemming met de leden 8 tot en met 10 van dit artikel. 8. De initiërende verdragsluitende partij dient een schriftelijk verzoek om overleg in bij de andere verdragsluitende partij (hierna „de reagerende verdragsluitende partij” genoemd). Het overleg vangt aan binnen een termijn van dertig (30) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek, tenzij anders overeengekomen. 9. Indien de initiërende verdragsluitende partij en de betrokken reagerende verdragsluitende partij niet binnen zestig (60) dagen na ontvangst van het verzoek om overleg tot overeenstemming komen over de kwestie, kan de initiërende verdragsluitende partij maatregelen nemen tegen alle of een deel van de luchtvaartmaatschappijen van de reagerende verdragsluitende partij die het betwiste gedrag hebben vertoond of die voordeel hebben gehad van de discriminatie, oneerlijke praktijken of subsidies in kwestie. 10. Maatregelen die worden genomen ingevolge de bepalingen van het negende lid van dit artikel zijn passend, proportioneel en qua reikwijdte en duur beperkt tot hetgeen strikt genomen noodzakelijk is om de schade te verminderen en het oneerlijke voordeel teniet te doen. 11. Het gezag en de bevoegdheden van de betreffende mededingingsautoriteiten van de verdragsluitende partijen of de rechtbanken of tribunalen die de beslissingen van deze autoriteiten toetsen, worden door geen enkele bepaling van dit Verdrag beïnvloed, beperkt of in het geding gebracht.

Rechtspraak bij dit artikel