**1.** Elke staat kan, op het tijdstip van de ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, het grondgebied of de grondgebieden waarop dit Verdrag van toepassing is nader aanduiden.
**2.** Elke partij kan op een later tijdstip door middel van een verklaring gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, de toepassing van dit Verdrag uitbreiden tot elk ander grondgebied dat in de verklaring wordt genoemd. Ten aanzien van een dergelijk grondgebied treedt het Verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van de verklaring door de Secretaris-Generaal.
**3.** Elke krachtens de twee voorgaande leden gedane verklaring kan, met betrekking tot elk in een dergelijke verklaring genoemd grondgebied, worden ingetrokken door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte kennisgeving. De intrekking wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van een dergelijke kennisgeving door de Secretaris-Generaal.
HOOFDSTUK III
Artikel 19
Territoriale toepassing
Onderdeel van Verdrag van de Raad van Europa inzake de coproductie van audiovisuele werken in de vorm van series· Cultureel recht