Naar hoofdinhoud
1. Onverminderd de overeenkomstige definities welke gelden voor de toepassing van rechtshandelingen van de Europese Unie, wordt voor de toepassing van dit Verdrag onder „bevoegde autoriteit” en „bevoegd orgaan” verstaan: „Bevoegde autoriteit”: de minister of ministers of de autoriteit, in functie van de interne bevoegdheidsverdeling binnen een Verdragsluitende Partij, die belast is met de toepassing van de regelgeving inzake sociale zekerheid, arbeidsrecht, arbeidsomstandigheden en -voorwaarden en veiligheid en gezondheid op het werk; „Bevoegd orgaan”: elk bevoegd orgaan dat een Verdragsluitende Partij als dusdanig aanwijst overeenkomstig artikel 24. 2. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt voorts verstaan onder: „Benelux-overleg”: het overleg tussen de Verdragsluitende Partijen in het kader van de Benelux Unie aangaande sociale reglementering, aangaande de strijd tegen de fraude en aangaande de bescherming van de gezondheid en van de veiligheid op het werk, dat concrete invulling krijgt in ambtelijke werkgroepen als bedoeld in artikel 12, onder b), van het Verdrag tot instelling van de Benelux Unie; „Basisverordening”: Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels; „Toepassingsverordening”: Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels; „Detacheringsrichtlijn”: Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten; „Detacheringsrichtlijn wegvervoersector”: Richtlijn (EU) 2020/1057 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2020 tot vaststelling van specifieke regels met betrekking tot richtlijn 96/71/EG en richtlijn 2014/67/EU wat betreft de detachering van bestuurders in de wegvervoersector en tot wijziging van richtlijn 2006/22/EG wat betreft de handhavingsvoorschriften en verordening (EU) nr. 1024/2012; „EU-instrumenten”: de EU-instrumenten bedoeld onder b) tot en met e), alsmede de volgende instrumenten: Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad, Verordening 1231/2010 (EU) van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot uitbreiding van verordening (EG) nr. 883/2004 en verordening (EG) nr. 987/2009 tot onderdanen van derde landen die enkel door hun nationaliteit nog niet onder deze verordeningen vallen, Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), Verordening (EU) 2019/1149 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot oprichting van een Europese Arbeidsautoriteit, tot wijziging van de verordeningen (EG) nr. 883/2004, (EU) 492/2011 en (EU) 2016/589, en tot intrekking van besluit (EU) 2016/344, Richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en tot wijziging van verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het informatiesysteem interne markt („de IMI-verordening”); Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad; Richtlijn (EU) 2019/1152 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in de Europese Unie, Overeenkomst krachtens artikel 16, eerste lid, van verordening (EG) 883/2004 betreffende de vaststelling van de op Rijnvarenden toepasselijke wetgeving, Kaderovereenkomst inzake de toepassing van artikel 16, lid 1, van verordening (EG) nr. 883/2004 in geval van gewoonlijk grensoverschrijdend telewerk, Elke andere in het kader van de Europese Unie vastgestelde rechtshandeling die bovenbedoelde EU-instrumenten aanvult, die er uitvoering aan geeft of die er anderszins mee verbonden is, en die door het Benelux Comité van Ministers overeenkomstig artikel 19 wordt aangewezen als zijnde een EU-instrument in de zin van onderhavige bepaling; „Grensoverschrijdende tewerkstelling”: elke vorm van tewerkstelling zoals bedoeld in de onder b) tot en met f) opgesomde EU-instrumenten; „Detachering”: De detachering zoals bedoeld in artikel 12 van de Basisverordening, De terbeschikkingstelling van werknemers zoals bedoeld in artikel 2 van de Detacheringsrichtlijn, De detachering van bestuurders zoals bedoeld in de Detacheringsrichtlijn wegvervoersector; „Pluriactiviteit”: het verrichten van werkzaamheden in twee of meer lidstaten in de zin van artikel 13 van de Basisverordening; „Draagbaar A1-document”: een overeenkomstig artikel 19, lid 2, van de Toepassingsverordening ter beschikking gesteld document ter staving van de toepassing van de op grond van een bepaling van titel II van de Basisverordening van toepassing zijnde wetgeving; „Gaststaat”: de Verdragsluitende Partij op wier grondgebied een gezamenlijke controle of een gezamenlijke inspectie plaatsvindt; „Zendstaat”: de Verdragsluitende Partij waarvan functionarissen afkomstig zijn; „Functionaris”: de bevoegde persoon die een Verdragsluitende Partij als dusdanig aanwijst overeenkomstig artikel 24; „Verzoekende Verdragsluitende Partij”: de Verdragsluitende Partij die verzoekt om een onderling afgestemde controle of inspectie of om een gezamenlijke controle of inspectie, of die een verzoek om informatie indient; „Aangezochte Verdragsluitende Partij”: de Verdragsluitende Partij aan wie het verzoek van de verzoekende Verdragsluitende Partij is gericht; „Onderling afgestemde controle of inspectie”: controle of inspectie die gelijktijdig in twee of meer Verdragsluitende Partijen wordt verricht waarbij elke nationale autoriteit op haar eigen grondgebied optreedt; „Gezamenlijke controle of inspectie”: controle of inspectie die in een Verdragsluitende Partij met deelneming van functionarissen van een of meer andere Verdragsluitende Partijen wordt verricht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel