Naar hoofdinhoud
1. De bevoegde autoriteiten of organen van de Verdragsluitende Partijen kunnen, afhankelijk van hun operationele behoeften en middelen, onderling afgestemde of gezamenlijke controles of inspecties organiseren. 2. Onderling afgestemde of gezamenlijke controles of inspecties zijn slechts mogelijk op verzoek van één of meer verzoekende Verdragsluitende Partijen en met de uitdrukkelijke toestemming van de aangezochte Verdragsluitende Partij of Partijen. 3. Het verzoek moet schriftelijk, met inbegrip van de elektronische weg, door de bevoegde autoriteit of het bevoegd orgaan van de verzoekende Verdragsluitende Partij of Partijen gericht worden aan de bevoegde autoriteit of het bevoegd orgaan van de aangezochte Verdragsluitende Partij of Partijen. Dienaangaande kunnen bijkomende afspraken worden gemaakt of bijkomende bepalingen worden vastgesteld overeenkomstig artikel 17, 18 of 19, met name wat betreft de voor het verzoek te gebruiken adressen of kanalen. 4. De bevoegde autoriteit of het bevoegd orgaan van de aangezochte Verdragsluitende Partij of Partijen spant zich in om zo spoedig mogelijk doch zo mogelijk binnen maximum 14 kalenderdagen te beslissen over het verzoek, daarbij rekening houdend met de eventuele urgentie van het verzoek, en stelt de bevoegde autoriteit of het bevoegd orgaan van de verzoekende Verdragsluitende Partij of Partijen schriftelijk, met inbegrip van de elektronische weg, van zijn beslissing in kennis. Ingeval het niet mogelijk is om aan het verzoek gevolg te geven, stelt de betrokken aangezochte Verdragsluitende Partij de andere betrokken Verdragsluitende Partij of Partijen in kennis van de redenen daarvoor en eventueel van de maatregelen die zij beoogt te nemen, alsmede van de resultaten van deze maatregelen, zodra deze bekend zijn. 5. Overeenkomstig de geest van dit Verdrag trachten de Verdragsluitende Partijen regelmatig aan onderling afgestemde of gezamenlijke controles of inspecties deel te nemen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel