Naar hoofdinhoud
1. Interest afkomstig uit een verdragsluitende staat en betaald aan een inwoner van de andere verdragsluitende staat, mag in die andere staat worden belast. 2. Interest afkomstig uit een verdragsluitende staat mag echter ook in die staat en overeenkomstig de wetgeving van die staat worden belast, maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest inwoner van de andere verdragsluitende staat is, mag de aldus geheven belasting 10 percent van het brutobedrag van de interest niet overschrijden. De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten kunnen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van deze beperking regelen. 3. Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid, is interest afkomstig uit een van de verdragsluitende staten vrijgesteld van belasting in die staat, indien de uiteindelijk gerechtigde inwoner van de andere verdragsstaat is en: de interest wordt betaald aan die andere staat of aan een centrale bank, een staatkundig onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan; de interest wordt betaald door de staat waaruit de interest afkomstig is of door een staatkundig onderdeel, plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of bij wet ingesteld orgaan daarvan; de interest wordt betaald aan een Ontwikkelingsbank (in het geval van Nederland: de Nederlandse Financierings Maatschappij voor Ontwikkelingslanden N.V.); de interest wordt betaald ter zake van een lening, schuldvordering of krediet die of dat verschuldigd is aan of verstrekt, uitgekeerd, gewaarborgd of verzekerd door, die staat of een staatkundig onderdeel, plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of agentschap voor exportfinanciering daarvan; of de interest wordt betaald aan een erkend pensioenfonds. 4. De uitdrukking „interest” zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomen uit schuldvorderingen van welke aard ook, al dan niet verzekerd door hypotheek en al dan niet aanspraak gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar, en in het bijzonder inkomen uit overheidsleningen en inkomen uit obligaties of schuldbewijzen, waaronder begrepen de aan dergelijke leningen, obligaties of schuldbewijzen verbonden premies en prijzen. Opgelegde boetes voor te late betaling worden voor de toepassing van dit artikel niet als interest aangemerkt. 5. De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest, die inwoner is van een verdragsluitende staat, in de andere verdragsluitende staat waaruit de interest afkomstig is, een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gelegen vaste inrichting en de schuldvordering uit hoofde waarvan de interest wordt betaald, tot het vermogen van die vaste inrichting behoort. In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7 van toepassing. 6. Interest wordt geacht uit een verdragsluitende staat afkomstig te zijn indien deze wordt betaald door een inwoner van die staat. Indien evenwel de persoon die de interest betaalt, of hij inwoner van een verdragsluitende staat is of niet, in een verdragsluitende staat een vaste inrichting heeft, waarvoor de schuld ter zake waarvan de interest wordt betaald, was aangegaan, en deze interest ten laste komt van die vaste inrichting, wordt deze interest geacht afkomstig te zijn uit de staat waar de vaste inrichting gelegen is. 7. Indien, wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde, het bedrag van de interest, gelet op de schuldvordering ter zake waarvan deze wordt betaald, hoger is dan het bedrag dat zonder een dergelijke verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen, zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing. In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de verdragsluitende staten, waarbij zorgvuldig rekening wordt gehouden met de overige bepalingen van dit Verdrag.

Rechtspraak bij dit artikel