**1.** De Partijen erkennen het belang van het waarborgen en bevorderen van het grondrecht op eerbiediging van het privéleven en op de bescherming van persoonsgegevens.
**2.** De Partijen werken samen om een hoog beschermingsniveau en doeltreffende handhaving van de in lid 1 bedoelde rechten te waarborgen, onder meer in het kader van rechtshandhavingsinstanties, ter voorkoming en bestrijding van internationaal terrorisme en andere grensoverschrijdende misdrijven.
**3.** De Partijen erkennen dat het waarborgen van de bescherming van persoonsgegevens een van de fundamentele factoren is voor de verdere ontwikkeling van economische en handelsbetrekkingen en voor het vertrouwen van burgers in de digitale economie.
**4.** De samenwerking tussen de Partijen omvat praktische bijstand bij de harmonisatie van hun respectieve wetgeving op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens, rekening houdend met de rechtsinstrumenten en normen van de Europese Unie en die op internationaal vlak, waaronder het Verdrag van de Raad van Europa van 28 januari 1981 tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens en het Aanvullend Protocol van 8 november 2001 bij het Verdrag tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens betreffende toezichthoudende autoriteiten en grensoverschrijdende gegevensstromen, alsmede samenwerking bij de handhaving van de voorschriften inzake gegevensbescherming.
TITEL III
Artikel 13
Bescherming van persoonsgegevens
Onderdeel van Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds· Financieel en economisch recht