Naar hoofdinhoud

TITEL IV › HOOFDSTUK 7 › AFDELING 3 › ONDERAFDELING 2

Artikel 133

Maatregelen aan de grens

Onderdeel van Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Met betrekking tot goederen die onder douanetoezicht staan, stelt elke Partij procedures in of handhaaft deze, op grond waarvan een houder van een recht bij de douaneautoriteiten een verzoek kan indienen tot schorsing van de vrijgave van of tot vasthouding van goederen waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op een merk, op auteursrechten en naburige rechten, geografische aanduidingen, octrooien, gebruiksmodellen, tekeningen of modellen van nijverheid, topografieën van geïntegreerde schakelingen en kwekersrechten (hierna „verdachte goederen” genoemd). 2. Elke Partij beschikt over elektronische systemen voor het beheer van de inwilliging of registratie van verzoeken door haar douaneautoriteiten. 3. Wanneer een Partij een vergoeding in rekening brengt voor de administratieve kosten die voortvloeien uit de inwilliging of registratie van verzoeken, staat die vergoeding in verhouding tot de verleende dienst en de gemaakte kosten. 4. Elke Partij zorgt ervoor dat haar douaneautoriteiten binnen een redelijke termijn beslissen over de inwilliging of registratie van een verzoek. 5. Elke Partij kan bepalen dat de in lid 1 bedoelde aanvragen van toepassing zijn op meervoudige zendingen. 6. Elke Partij ziet erop toe dat haar douaneautoriteiten met betrekking tot goederen die onder douanetoezicht staan, op eigen initiatief de vrijgave van verdachte goederen kunnen opschorten of verdachte goederen kunnen vasthouden. 7. Elke Partij zorgt ervoor dat haar douaneautoriteiten, naast andere eventueel noodzakelijke identificatiemethoden, risicoanalyse gebruiken om verdachte goederen te identificeren. 8. Een Partij kan procedures vaststellen of handhaven krachtens welke haar bevoegde autoriteiten binnen een redelijke termijn na de inleiding van de procedures van de leden 1 en 5 kunnen bepalen of de verdachte goederen inbreuk maken. In dat geval hebben de bevoegde autoriteiten de bevoegdheid om, nadat is vastgesteld dat er een inbreuk is, de vernietiging van de goederen te gelasten. Een Partij kan beschikken over procedures voor de vernietiging van verdachte goederen zonder een vaststelling van een inbreuk, voor zover de betrokken personen instemmen met of zich niet verzetten tegen de vernietiging van de goederen. 9. Het is elke Partij toegestaan over procedures te beschikken voor de snelle vernietiging van nagemaakte merkartikelen en door piraterij verkregen goederen die in post- of expreskoerierszendingen worden verzonden. 10. Elke Partij kan besluiten dit artikel niet toe te passen op de invoer van goederen die door of met toestemming van de rechthebbenden in een ander land in de handel zijn gebracht. Een Partij kan goederen van niet-commerciële aard die zich in de persoonlijke bagage van reizigers bevinden, van de toepassing van dit artikel uitsluiten. 11. Elke Partij ziet erop toe dat haar douaneautoriteiten een regelmatige dialoog aangaan en de samenwerking bevorderen met de desbetreffende belanghebbenden en met andere instanties die betrokken zijn bij de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten. 12. De Partijen komen overeen samen te werken op het gebied van de internationale handel in verdachte goederen. De Partijen komen met name overeen informatie uit te wisselen over de handel in verdachte goederen die gevolgen heeft voor de andere Partij. 13. Onverminderd andere vormen van samenwerking is het protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken van toepassing op inbreuken op de wetgeving inzake intellectuele-eigendomsrechten voor de handhaving waarvan de douaneautoriteiten overeenkomstig dit artikel bevoegd zijn. 14. Het in artikel 136 bedoelde subcomité is verantwoordelijk voor de goede werking en uitvoering van dit artikel, met name wat betreft de samenwerking tussen de Partijen. 15. Bij de uitvoering van maatregelen aan de grens ter handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douaneautoriteiten, ongeacht of zij onder deze onderafdeling vallen, zorgen de Partijen voor overeenstemming met artikel V van de GATT 1994 en artikel 41 en deel III, afdeling 4, van de TRIPS-Overeenkomst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel