Naar hoofdinhoud

TITEL IV › HOOFDSTUK 9

Artikel 158

Reikwijdte en toepassingsgebied

Onderdeel van Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Dit hoofdstuk wordt van toepassing tien jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst. 2. Dit hoofdstuk is van toepassing op alle maatregelen die betrekking hebben op onder dit hoofdstuk vallende opdrachten, ongeacht of deze geheel of gedeeltelijk elektronisch worden aanbesteed. 3. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder „onder dit hoofdstuk vallende opdrachten” verstaan: opdrachten betreffende de aanschaf voor overheidsdoeleinden: van goederen, diensten of een combinatie daarvan: zoals gespecificeerd in bijlage 9; en die niet worden aangeschaft met het oog op commerciële verkoop of wederverkoop of voor gebruik bij de productie of levering van goederen of diensten voor commerciële verkoop of wederverkoop; met welke contractuele middelen dan ook, waaronder: koop, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie; waarvan de waarde, zoals geraamd overeenkomstig de leden 6 tot en met 8, op het tijdstip van bekendmaking van een bericht van aanbesteding overeenkomstig artikel 162, gelijk is aan of meer bedraagt dan de desbetreffende drempelwaarde die vermeld is in bijlage 9; door een aanbestedende dienst; en die niet anderszins van het toepassingsgebied zijn uitgesloten in lid 3 of bijlage 9. 4. Tenzij anders bepaald in bijlage 9, is dit hoofdstuk niet van toepassing op: de verwerving of huur van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende goederen of de rechten daarop; niet-contractuele overeenkomsten of enige vorm van bijstand die een Partij verleent, met inbegrip van samenwerkingsovereenkomsten, subsidies, leningen, kapitaalinjecties, garanties en fiscale stimuleringsmaatregelen; de aanschaf of verwerving van belastingadviesdiensten of bewaardiensten, vereffenings- en managementdiensten voor gereglementeerde financiële instellingen of diensten in verband met de verkoop, aflossing en distributie van de overheidsschuld, met inbegrip van leningen, staatsobligaties, bankbiljetten en andere effecten; arbeidsovereenkomsten voor werk bij de overheid; opdrachten die worden aanbesteed: met het specifieke doel internationale bijstand, met inbegrip van ontwikkelingshulp, te verlenen; uit hoofde van een bijzondere procedure of voorwaarde van een internationale overeenkomst betreffende de legering van strijdkrachten of betreffende de gezamenlijke uitvoering van een project door de ondertekenende landen; of uit hoofde van een bijzondere procedure of voorwaarde van een internationale organisatie, of gefinancierd door een internationale subsidie, lening of andere vorm van steun, wanneer die procedure of voorwaarde niet in overeenstemming is met dit hoofdstuk. 5. Elke Partij verstrekt in de haar betreffende onderafdelingen van bijlage 9 de volgende informatie: in afdeling 1: de entiteiten van de centrale overheid waarvan de aanbestedingen onder dit hoofdstuk vallen; in afdeling 2: de entiteiten van lagere overheden waarvan de aanbestedingen onder dit hoofdstuk vallen; in afdeling 3: alle overige entiteiten waarvan de aanbestedingen onder dit hoofdstuk vallen; in afdeling 4: de goederen die onder dit hoofdstuk vallen; in afdeling 5: de diensten, andere dan diensten in verband met de bouw, die onder dit hoofdstuk vallen; in afdeling 6: de diensten in verband met de bouw die onder dit hoofdstuk vallen; en in afdeling 7: algemene aantekeningen; in afdeling 8: de media waarin elke Partij haar aankondigingen van overheidsopdrachten, gunningsberichten en andere informatie met betrekking tot haar systeem voor overheidsopdrachten publiceert. 6. Indien een aanbestedende dienst, in het kader van een onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdracht, van een niet in bijlage 9 genoemde persoon verlangt dat zij opdrachten aanbesteedt met inachtneming van bijzondere voorschriften, dan is artikel 160 mutatis mutandis van toepassing op die voorschriften. 7. Bij het ramen van de waarde van een opdracht om te bepalen of deze onder dit hoofdstuk valt: mag een aanbestedende dienst de opdracht niet in afzonderlijke opdrachten verdelen of een bijzondere methode voor het ramen van de waarde van de opdracht kiezen of gebruiken om deze geheel of gedeeltelijk buiten de toepassing van dit hoofdstuk te doen vallen; en moet een aanbestedende dienst uitgaan van de geraamde maximale totale waarde van de opdracht over de gehele looptijd daarvan, ongeacht of de opdracht aan een of meer leveranciers is gegund, waarbij rekening wordt gehouden met alle vormen van vergoeding, met inbegrip van: premies, honoraria, provisies, commissielonen en rente; en indien de aanbesteding de mogelijkheid van opties biedt, de totale waarde van zulke opties. 8. Indien een bepaald vereiste met betrekking tot een aanbesteding aanleiding geeft tot het plaatsen van meer dan één opdracht of tot het plaatsen van de opdracht in afzonderlijke percelen („herhalingsopdrachten”), moet de berekening van de geschatte maximale totale waarde gebaseerd zijn op: de waarde van herhalingsopdrachten betreffende soortgelijke goederen of diensten in de voorafgaande periode van twaalf maanden of het voorafgaande boekjaar van de aanbestedende dienst, indien mogelijk gecorrigeerd op grond van verwachte wijzigingen in hoeveelheid of waarde gedurende de volgende twaalf maanden van de goederen of diensten; of de geraamde waarde van herhalingsopdrachten betreffende soortgelijke goederen of diensten die zullen worden gegund in de periode van 12 maanden volgende op de eerste opdracht of het boekjaar van de aanbestedende dienst. 9. In geval van een aanbesteding door middel van huur of huurkoop van een goed of dienst van een aanbesteding waarvoor geen totale prijs is opgegeven, wordt de waarde op de volgende grondslag bepaald: bij opdrachten met een vastgestelde looptijd: de totale geraamde maximale waarde voor de looptijd van de opdracht indien de looptijd daarvan ten hoogste twaalf maanden bedraagt; of indien de looptijd meer dan twaalf maanden bedraagt, de totale geraamde maximale waarde, met inbegrip van de geraamde restwaarde; het geraamde maandelijks te betalen bedrag vermenigvuldigd met 48; en wanneer het onduidelijk is of de opdracht een vaste looptijd heeft dan wel voor onbepaalde tijd is, wordt het bepaalde in punt b) toegepast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel