Naar hoofdinhoud

TITEL IV › HOOFDSTUK 11

Artikel 186

Toetsing en beroep

Onderdeel van Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Elke Partij voert rechterlijke, arbitrale of administratieve instanties of procedures in, of handhaaft deze, met het oog op een onverwijlde herziening en, indien gerechtvaardigd, correctie van administratieve besluiten met betrekking tot aangelegenheden waarop deze titel van toepassing is. Elke Partij zorgt ervoor dat haar beroeps- en toetsingsprocedures op niet-discriminerende en onpartijdige wijze worden uitgevoerd door haar rechterlijke instanties. Die instanties zijn onpartijdig en onafhankelijk van de autoriteit die belast is met de administratieve handhaving, en hebben geen belang bij de uitkomst van de aangelegenheid. 2. Elke Partij zorgt ervoor dat de Partijen bij de in lid 1 bedoelde procedures het recht krijgen op: een redelijke mogelijkheid om hun respectieve standpunten te staven of te verdedigen; en een besluit dat is gebaseerd op bewijsmateriaal en ingediende stukken, of, indien de wet dat vereist, op het door de administratieve autoriteit samengestelde relevante dossier. 3. Het in lid 2, punt b), bedoelde besluit wordt, behoudens beroep of nadere toetsing overeenkomstig haar wetgeving, uitgevoerd door de autoriteit die belast is met de administratieve handhaving.

Rechtspraak bij dit artikel