Naar hoofdinhoud
1. De eerbiediging van de democratische beginselen, de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, zoals met name vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens, het Handvest van de VN, de Slotakte van Helsinki van de OVSE en andere internationale mensenrechteninstrumenten ter zake waarbij zij partij zijn, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van beide Partijen en is een essentieel element van deze Overeenkomst. 2. De Partijen bevestigen hun gehechtheid aan de internationale arbeidsnormen overeenkomstig de verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (hierna de „IAO” genoemd) waarbij zij partij zijn of kunnen worden. 3. De Partijen bevestigen opnieuw hun eerbiediging van de beginselen van goed bestuur, met inbegrip van de bestrijding van corruptie op alle niveaus. 4. De Partijen bevestigen hun gehechtheid aan de beginselen van een vrijemarkteconomie, het bevorderen van duurzame ontwikkeling en de strijd tegen de klimaatverandering. 5. De Partijen verbinden zich tot de bestrijding van de verschillende vormen van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en terrorisme en de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, en tot effectief multilateralisme. 6. De Partijen voeren deze Overeenkomst uit op basis van gedeelde waarden, de beginselen van gelijkwaardige dialoog, wederzijds vertrouwen, respect en voordeel, regionale samenwerking, effectief multilateralisme en eerbiediging van hun internationale verplichtingen die met name voortvloeien uit hun lidmaatschap van de VN en de OVSE.

Rechtspraak bij dit artikel