Naar hoofdinhoud

TITEL IV › HOOFDSTUK 12 › AFDELING 5 › ONDERAFDELING C

Artikel 216

Regelgevende autoriteit voor telecommunicatie

Onderdeel van Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Elke Partij richt een regelgevende autoriteit voor telecommunicatie op of houdt die in stand die: juridisch gescheiden en functioneel onafhankelijk is van elke leverancier van telecommunicatienetwerken, telecommunicatiediensten of telecommunicatieapparatuur; gebruikmaakt van procedures en beslissingen uitvaardigt die onpartijdig zijn ten aanzien van alle marktdeelnemers; onafhankelijk handelt en geen instructies vraagt of aanvaardt van andere instanties met betrekking tot de uitoefening van de taken die haar bij wet zijn opgedragen om de verplichtingen van de artikelen 218 tot en met 220, 222 en 223 te handhaven; over de regelgevende bevoegdheid en over voldoende financiële en personele middelen beschikt om die taken uit te voeren; de bevoegdheid heeft ervoor te zorgen dat aanbieders van telecommunicatienetwerken of -diensten haar, op verzoek, onverwijld alle informatie, met inbegrip van financiële informatie, verstrekken die nodig is om deze taken uit te voeren; alle gevraagde informatie die is ontvangen op grond van een verzoek uit hoofde van punt e) behandelt in overeenstemming met de vereisten van vertrouwelijkheid; en haar bevoegdheden op transparante en tijdige wijze uitoefent. 2. Elke Partij ziet erop toe dat de taken van de regelgevende autoriteit voor telecommunicatie in een gemakkelijk toegankelijke en duidelijke vorm openbaar worden gemaakt, met name wanneer die taken aan meer dan één instantie zijn toegewezen. 3. Een Partij die de eigendom van of de zeggenschap over aanbieders van telecommunicatienetwerken of -diensten behoudt, streeft ernaar te zorgen voor een daadwerkelijke structurele scheiding tussen de regelgevende taken en de met eigendom of zeggenschap verband houdende activiteiten. 4. Elke Partij ziet erop toe dat een gebruiker of leverancier van telecommunicatienetwerken of -diensten die gevolgen ondervindt van een besluit van de regelgevende autoriteit voor telecommunicatie, beroep kan instellen bij een beroepsinstantie die onafhankelijk is van zowel de regelgevende autoriteit als de andere betrokken partijen. In afwachting van de uitkomst van het beroep blijft de beslissing gehandhaafd, tenzij overeenkomstig het recht van de Partij voorlopige maatregelen worden verleend.

Rechtspraak bij dit artikel