Naar hoofdinhoud

TITEL IV › HOOFDSTUK 14 › AFDELING 3

Artikel 241

Inleiding van panelprocedures

Onderdeel van Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Een Partij die overeenkomstig artikel 240 om overleg heeft verzocht, kan om de instelling van een panel verzoeken indien: de Partij waartegen de klacht gericht is niet binnen tien dagen na de datum van mededeling van het verzoek om overleg reageert; het overleg niet binnen de in artikel 240, lid 3 of lid 4, vastgestelde termijnen plaatsvindt; de Partijen overeenkomen geen overleg te voeren; of het overleg is afgesloten zonder dat een onderling overeengekomen oplossing is bereikt. 2. Een Partij die om de instelling van een panel verzoekt (hierna „de klagende Partij” genoemd), doet dit door middel van een schriftelijk verzoek aan de Partij waarvan wordt beweerd dat zij de bestreken bepalingen schendt (hierna „de verwerende Partij” genoemd) en, indien van toepassing, aan elk extern orgaan dat overeenkomstig lid 3 is belast (hierna „panelverzoek” genoemd). De klagende Partij vermeldt in haar panelverzoek om welke maatregel het gaat en legt uit hoe die maatregel een inbreuk op de bestreken bepalingen vormt, op een wijze die voldoende is om de rechtsgrondslag van de klacht duidelijk aan te tonen. 3. Het Samenwerkingscomité kan besluiten een extern orgaan te belasten met het beheer van de in dit hoofdstuk bedoelde geschillenbeslechtingsprocedures of met het verlenen van ondersteuning. Een dergelijk besluit heeft ook betrekking op de kosten die voortvloeien uit de toewijzing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel