Naar hoofdinhoud

TITEL IV › HOOFDSTUK 14 › AFDELING 3

Artikel 253

Tijdelijke maatregelen

Onderdeel van Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Op verzoek van en na overleg met de klagende Partij dient de verwerende Partij een voorstel voor tijdelijke compensatie in indien: de verwerende Partij de klagende Partij in kennis stelt van het feit dat het niet mogelijk is om het eindverslag na te leven; of de verwerende Partij verzuimt binnen de in artikel 250 bedoelde termijn of vóór het verstrijken van de redelijke termijn kennis te geven van een maatregel die zij met het oog op naleving heeft getroffen; of het panel oordeelt dat er geen maatregelen met het oog op naleving zijn getroffen of dat de met het oog op naleving getroffen maatregel niet in overeenstemming is met de bestreken bepalingen. 2. In elk van de in lid 1, punten a), b), en c), bedoelde situaties kan de klagende Partij de verwerende Partij schriftelijk ervan kennis geven dat zij voornemens is de toepassing van verplichtingen uit hoofde van de bestreken bepalingen te schorsen indien: de klagende Partij besluit geen verzoek uit hoofde van lid 1 in te dienen; of de klagende Partij een verzoek uit hoofde van lid 1 van dit artikel heeft ingediend en de Partijen binnen 20 dagen na het verstrijken van de in artikel 251 bedoelde redelijke termijn of de uitspraak van het panel uit hoofde van artikel 252, lid 2, niet tot overeenstemming over de tijdelijke compensatie komen. 3. In de kennisgeving wordt vermeld in welke mate de verplichtingen zullen worden geschorst. 4. De klagende Partij kan de verplichtingen tien dagen na de datum van indiening van de in lid 2 bedoelde kennisgeving schorsen, tenzij de verwerende Partij een schriftelijk verzoek op grond van lid 6 indient. 5. De mate van schorsing van verplichtingen mag niet hoger zijn dan de mate die overeenkomt met de door de schending veroorzaakte tenietdoening of uitholling. 6. Indien de verwerende Partij van oordeel is dat de aangegeven mate van opschorting van de verplichtingen niet overeenstemt met de mate van tenietdoening of uitholling door de schending, kan zij het oorspronkelijke panel vóór het verstrijken van de in lid 4 genoemde termijn van tien dagen verzoeken hierover uitspraak te doen. Het panel beslist over het niveau van schorsing van verplichtingen binnen 30 dagen na de datum van dat verzoek aan de Partijen. De verplichtingen worden niet opgeschort totdat het panel een beslissing heeft genomen. De schorsing van verplichtingen moet in overeenstemming zijn met die beslissing. 7. De schorsing van verplichtingen of de in dit artikel bedoelde compensatie is tijdelijk en wordt niet toegepast nadat: de Partijen overeenkomstig artikel 269 tot een onderling overeengekomen oplossing zijn gekomen; de Partijen zijn overeengekomen dat de Partij waartegen de klacht gericht is, door de getroffen nalevingsmaatregel in overeenstemming is gebracht met de bestreken bepalingen; of alle maatregelen tot naleving waarvan het panel heeft vastgesteld dat zij onverenigbaar zijn met de bestreken bepalingen, zijn ingetrokken of gewijzigd zodat de Partij waartegen de klacht gericht is, die bepalingen naleeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel