Naar hoofdinhoud
1. Er wordt een Samenwerkingsraad ingesteld, die toezicht houdt op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst en de uitvoering daarvan. Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van deze Overeenkomst voordoen, en alle andere, bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang. 2. De Samenwerkingsraad komt op gezette tijden bijeen, normaliter eenmaal per jaar, of zoals onderling overeengekomen. 3. De Samenwerkingsraad bestaat uit vertegenwoordigers van de Partijen op ministerieel niveau of hun vertegenwoordigers. De Samenwerkingsraad komt bijeen in de noodzakelijke samenstelling, die in onderling overleg wordt bepaald. Wanneer de Samenwerkingsraad kwesties in verband met titel IV van deze Overeenkomst behandelt, bestaat hij uit vertegenwoordigers van de Europese Unie en de Republiek Oezbekistan met verantwoordelijkheid op het gebied van handel. 4. De Samenwerkingsraad stelt zijn reglement van orde en het reglement van orde van het Samenwerkingscomité vast. 5. De Samenwerkingsraad wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Europese Unie en een vertegenwoordiger van de Republiek Oezbekistan. 6. De Samenwerkingsraad is bevoegd besluiten te nemen en passende aanbevelingen te doen zoals bepaald in deze Overeenkomst en in zijn reglement van orde. In het kader van de titels I, II, III, V, VI, VII, VIII en IX van deze Overeenkomst heeft de Samenwerkingsraad de bevoegdheid besluiten te nemen en aanbevelingen te doen in onderling overleg tussen de Partijen. De besluiten zijn bindend voor de Partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. 7. De Samenwerkingsraad mag elk van zijn bevoegdheden aan het Samenwerkingscomité delegeren, met inbegrip van de bevoegdheid om bindende besluiten te nemen.

Rechtspraak bij dit artikel