Naar hoofdinhoud

TITEL IV › HOOFDSTUK 2

Artikel 43

Invoervergunningsprocedures

Onderdeel van Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Elke Partij stelt invoervergunningsprocedures vast en beheert deze overeenkomstig de artikelen 1, 2 en 3 van de WTO-Overeenkomst inzake procedures op het gebied van invoervergunningen. Daartoe worden de artikelen 1, 2 en 3 van de Overeenkomst inzake procedures op het gebied van invoervergunningen mutatis mutandis in deze Overeenkomst opgenomen en maken zij hiervan integrerend deel uit. 2. Een Partij die uitvoervergunningsprocedures instelt of bestaande uitvoervergunningsprocedure wijzigt, stelt de andere Partij daarvan binnen 90 dagen na de bekendmaking van die wijzigingen in kennis. De kennisgeving bevat de inlichtingen die worden genoemd in artikel 5, lid 2, van de Overeenkomst inzake procedures op het gebied van invoervergunningen. Een Partij wordt geacht aan dit artikel te voldoen indien zij de in artikel 4 van de Overeenkomst inzake procedures op het gebied van invoervergunningen bedoelde Commissie invoervergunningen in kennis heeft gesteld van de desbetreffende invoervergunningsprocedure of de wijzigingen daarvan, met inbegrip van de in artikel 5, lid 2, van die overeenkomst bedoelde inlichtingen. Voor de Republiek Oezbekistan geldt de verplichting tot kennisgeving aan de Commissie invoervergunningen vanaf de datum waarop de Republiek Oezbekistan lid wordt van de WTO. 3. Op verzoek van een Partij verstrekt de andere Partij onverwijld alle relevante informatie, waaronder de in artikel 5, lid 2, van de Overeenkomst inzake procedures op het gebied van invoervergunningen bedoelde inlichtingen, met betrekking tot elke invoervergunningsprocedure die zij voornemens is vast te stellen, die zij heeft vastgesteld of die zij handhaaft, of wijzigingen van bestaande vergunningsprocedures.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel