Naar hoofdinhoud

TITEL IV › HOOFDSTUK 5

Artikel 62

Technisch overleg en raadplegingen

Onderdeel van Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Indien een Partij van oordeel is dat een ontwerp of voorstel voor een technisch voorschrift of een conformiteitsbeoordelingsprocedure van de andere Partij aanzienlijke nadelige gevolgen kan hebben voor de handel tussen de Partijen, kan die Partij om overleg met de andere Partij daarover verzoeken. Het verzoek wordt schriftelijk gedaan, onder vermelding van: de maatregel in kwestie; de bepalingen van dit hoofdstuk waarop de bezorgdheid betrekking heeft; en de redenen voor het verzoek, met inbegrip van een beschrijving van de punten van zorg van de verzoekende Partij ten aanzien van de maatregel. 2. Een Partij dient haar verzoek in bij de TBT-coördinator van de andere Partij. 3. Op verzoek van een van de Partijen komen de Partijen binnen 60 dagen na de datum van het verzoek bijeen om de in het verzoek aan de orde gestelde bezwaren persoonlijk of via video- of teleconferentie te bespreken en trachten zij de kwestie zo spoedig mogelijk op te lossen. Indien de verzoekende Partij van mening is dat de zaak dringend is, kan zij verzoeken dat de vergadering binnen een kortere termijn plaatsvindt. In dergelijke gevallen neemt de antwoordende Partij een dergelijk verzoek in welwillende overweging. 4. Een Partij kan om overleg met de andere Partij verzoeken over elke aangelegenheid die zich in verband met dit hoofdstuk voordoet, door bij de TBT-coördinator van de andere Partij een schriftelijk verzoek hiertoe in te dienen. De Partijen stellen alles in het werk om de aangelegenheid op een voor beide Partijen bevredigende manier op te lossen. 5. Dit artikel laat de rechten en verplichtingen van de Partijen uit hoofde van hoofdstuk 14 onverlet.

Rechtspraak bij dit artikel