Naar hoofdinhoud

TITEL IV › HOOFDSTUK 7 › AFDELING 1

Artikel 77

Nationale behandeling

Onderdeel van Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Met betrekking tot de intellectuele-eigendomsrechten die onder dit hoofdstuk vallen, behandelt elke Partij de onderdanen van de andere Partij niet minder gunstig dan haar eigen onderdanen wat betreft de bescherming7)Voor de toepassing van dit lid omvat „bescherming” alle aangelegenheden die van invloed zijn op het bestaan, de verwerving, de reikwijdte, de instandhouding en de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, alsmede de specifiek in dit hoofdstuk behandelde aangelegenheden die van invloed zijn op het gebruik van deze rechten. Voorts omvat „bescherming” voor de toepassing van dit lid ook maatregelen om de omzeiling van doeltreffende technische voorzieningen en maatregelen betreffende informatie over het beheer van rechten te vermijden. van intellectuele-eigendomsrechten, met inachtneming van de uitzonderingen waarin reeds is voorzien in: het Verdrag van Parijs; de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst (hierna „de Berner Conventie” genoemd), herzien te Parijs op 24 juli 1971 en gewijzigd op 28 september 1979; het te Rome op 26 oktober 1961 tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerend kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties (hierna „het Verdrag van Rome” genoemd); of het Verdrag betreffende de bescherming van de intellectuele eigendom inzake geïntegreerde schakelingen, aangenomen te Washington op 26 mei 1989. Ten aanzien van uitvoerend kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties geldt de in de eerste alinea bedoelde verplichting enkel voor de rechten waarin deze Overeenkomst voorziet. 2. Een Partij kan gebruikmaken van de op grond van lid 1 toegestane uitzonderingen met betrekking tot haar gerechtelijke en administratieve procedures, waaronder de verplichting voor een onderdaan van de andere Partij om op haar grondgebied domicilie te kiezen of daar een gemachtigde aan te wijzen, indien die uitzonderingen: noodzakelijk zijn om de naleving te waarborgen van wetten of voorschriften van de Partij die niet strijdig zijn met dit hoofdstuk; en niet worden toegepast op een wijze die een verkapte beperking van de handel zou vormen. 3. Lid 1 is niet van toepassing op procedures waarin wordt voorzien in multilaterale overeenkomsten die onder auspiciën van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom (hierna „WIPO” genoemd) zijn gesloten met betrekking tot de verwerving of handhaving van intellectuele-eigendomsrechten.

Rechtspraak bij dit artikel