Naar hoofdinhoud
1. Indien een inbreuk op de beveiliging met betrekking tot de gerubriceerde gegevens van de verstrekkende partij wordt vermoed of vastgesteld door de ontvangende partij, stelt de bevoegde beveiligingsautoriteit van de ontvangende partij de bevoegde beveiligingsautoriteit van de verstrekkende partij daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis. De kennisgeving dient voldoende gedetailleerde informatie te bevatten om de partij van herkomst in staat te stellen de consequenties en omstandigheden van de vermoede of vastgestelde inbreuk te beoordelen. 2. De ontvangende partij onderzoekt feitelijke of vermoedelijke inbreuken op de beveiliging onmiddellijk. De bevoegde autoriteit van de verstrekkende partij verleent, indien vereist, medewerking aan het onderzoek. De partij van herkomst wordt in kennis gesteld van de uitkomst van de procedure en van de maatregelen die worden getroffen in verband met de inbreuk op de beveiliging. 3. De bevoegde beveiligingsautoriteit van de ontvangende partij neemt passende maatregelen in overeenstemming met haar nationale wet- en regelgeving om de gevolgen van het beveiligingsincident te beperken en om herhaling ervan te voorkomen. De bevoegde beveiligingsautoriteit van de verstrekkende partij wordt in kennis gesteld van de uitkomsten van het onderzoek en de eventuele getroffen maatregelen. 4. Indien zich buiten de rechtsmacht van een van de partijen een inbreuk op de beveiliging voordoet wanneer gerubriceerde gegevens van de ene partij naar de andere partij wordt verzonden via het grondgebied van een derde of van de ene partij naar een derde met voorafgaande schriftelijke toestemming van de verstrekkende partij, neemt de bevoegde beveiligingsautoriteit van de verzendende partij, voor zover mogelijk, onverwijld de in het eerste lid van dit artikel bedoelde maatregelen.

Rechtspraak bij dit artikel