Naar hoofdinhoud
1. Elke staat die partij is, kan een wijziging van dit Verdrag voorstellen door deze in te dienen bij de secretaris-generaal van de Verenigde Naties. De secretaris-generaal deelt de voorgestelde wijziging vervolgens mee aan de staten die partij zijn met het verzoek aan te geven of zij een conferentie van de staten die partij zijn, verlangen, teneinde het voorstel te bestuderen en daarover te stemmen. Indien, binnen 120 dagen na de datum van deze mededeling, ten minste een derde van de staten die partij zijn, een dergelijke conferentie verlangt, roept de secretaris-generaal de conferentie onder auspiciën van de Verenigde Naties bijeen. 2. De conferentie van staten die partij zijn, stelt alles in het werk om over elke wijziging consensus te bereiken. Indien alle pogingen om consensus te bereiken zijn uitgeput en geen consensus wordt bereikt, is voor de goedkeuring van de wijziging in laatste instantie een meerderheid vereist van twee derde van de stemmen van de staten die partij zijn, die op de conferentie aanwezig zijn en er een stem uitbrengen. Voor de toepassing van dit lid wordt de stem van een regionale organisatie voor economische integratie niet meegeteld. 3. Een aangenomen wijziging wordt door de depositaris ter bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring toegezonden aan alle staten die partij zijn. 4. Een aangenomen wijziging treedt in werking 180 dagen na de datum van nederlegging van de derde akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring. Wanneer een wijziging in werking treedt, is zij bindend voor de staten die partij zijn en die te kennen hebben gegeven erdoor gebonden te willen zijn. 5. Wanneer een staat die partij is, een wijziging bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt na de nederlegging van de derde akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, treedt de wijziging ten aanzien van die staat in werking 180 dagen na de datum van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

Rechtspraak bij dit artikel