Voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap en de daarop rustende bepalingen worden de tijdvakken van hoofdverblijf die voor de inwerkingtreding van de Rijkswet aanpassing rijkswetten aan de oprichting van de nieuwe landen zijn doorgebracht in de Nederlandse Antillen in aanmerking genomen als waren zij doorgebracht in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius.
RWN: artikelen 1, 6, 8, 10, 11, 26 en 28
RvvN: artikel 14.3
Voor het Overzicht Hernummeren HRWN-NL, zie de bijlage op pag. 397
van Stcrt. 2025/35597.
Voor het Overzicht Hernummeren HRWN-NL, zie de bijlage op pag. 397
van Stcrt. 2025/35597.
Op grond van dit artikel telt de periode van hoofdverblijf die vóór 10 oktober 2010 is doorgebracht in de toenmalige Nederlandse Antillen mee bij de vraag of wordt voldaan aan de vereiste termijn van hoofdverblijf in het land Curaçao, het land Sint Maarten, het land Aruba en in de openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius.
Op grond van artikel 14, derde lid Regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap (RvvN) worden de tijdvakken van toelating in de Nederlandse Antillen, gelegen voor de inwerkingtreding van de Rijkswet aanpassing rijkswetten aan de oprichting van de nieuwe landen, in aanmerking genomen als ware het toelating in Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Voor het Overzicht Hernummeren HRWN-NL, zie de bijlage op pag. 397
van Stcrt. 2025/35597.
Voor het Overzicht Hernummeren HRWN-NL, zie de bijlage op pag. 397
van Stcrt. 2025/35597.
Voor het Overzicht Hernummeren HRWN-NL, zie de bijlage op pag. 397
van Stcrt. 2025/35597.
Artikel 29
Artikel 29
Onderdeel van Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 1 februari 2026