Nederlander wordt ook het kind dat in het buitenland bij uitspraak van een ter plaatse bevoegde autoriteit wordt geadopteerd in overeenstemming met het op 29 mei 1993 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie, indien en op het tijdstip waarop aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de adoptie is in overeenstemming met het voornoemde verdrag tot stand gekomen, en
die adoptie heeft tot gevolg dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken, en
ten minste één der adoptiefouders is Nederlander op de dag dat de uitspraak kracht van gewijsde heeft gekregen, en
het kind was op de dag van de uitspraak in eerste aanleg minderjarig.
Nederlander wordt voorts het kind dat in het buitenland in overeenstemming met het op 29 mei 1993 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie is geadopteerd bij een adoptie die niet tot gevolg heeft dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken, welke adoptie in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten bij rechterlijke uitspraak in overeenstemming met artikel 27 van voornoemd verdrag wordt omgezet in een adoptie naar het recht van Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten, indien en op het tijdstip waarop aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de adoptie is in overeenstemming met het voornoemde verdrag tot stand gekomen, en
ten minste één der adoptiefouders is Nederlander op de dag nadat drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak houdende omzetting in eerste aanleg of in hoger beroep, zijn verstreken zonder dat daartegen hoger beroep of beroep in cassatie is ingesteld, dan wel, indien beroep in cassatie is ingesteld, op de dag van de uitspraak in cassatie, en
het kind was op de dag van de uitspraak houdende omzetting in eerste aanleg minderjarig.
RWN: artikel 14.2
WBRv: artikelen 358 en 426
Geen.
Voor het Overzicht Hernummeren HRWN-NL, zie de bijlage op pag. 397
van Stcrt. 2025/35597.
Voor het Overzicht Hernummeren HRWN-NL, zie de bijlage op pag. 397
van Stcrt. 2025/35597.
Artikel 5a RWN vormde van 1 oktober 1998 tot 1 januari 2004 de leden twee en drie van het toenmalige artikel 5 RWN. Op 1 januari 2004 zijn deze artikelleden vernummerd tot artikel 5a RWN (Stb. 2003, 284).
Per 1 april 2003 zijn in het toenmalige artikel 5 RWN de woorden ‘de adoptief-vader of adoptief-moeder’ gewijzigd in: ‘ten minste één der adoptiefouders’, zulks in verband met de mogelijkheid van adoptie door personen van hetzelfde geslacht.
Verder zijn op die datum de termijnen in het toenmalige derde lid van artikel 5 RWN aangepast aan de per 1 januari 2002 gewijzigde termijnen voor beroep en cassatie in verzoekschriftprocedures (zie artikel 358 respectievelijk artikel 426 WBRv).
De oorspronkelijke leden twee en drie van artikel 5 RWN, zijn toegevoegd bij Rijkswet van 14 mei 1998, Stb. 303, welke wet in werking is getreden op 1 oktober 1998. De toevoeging vond plaats in verband met de uitvoering van het op 29 mei 1993 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van interlandelijke adoptie (Het Haags adoptieverdrag). Dit Verdrag is eveneens op 1 oktober 1998 in werking getreden. Het Verdrag voorziet in de erkenning van rechtswege van adopties die conform het verdrag tot stand zijn gekomen in alle verdragsstaten (zie hierna). Het verdrag verplicht Nederland dus om een in een andere verdragsstaat, in overeenstemming met het verdrag tot stand gekomen adoptie te erkennen. De wijziging in 1998 van artikel 5 RWN houdt daarmee verband.
Een minderjarige staat volgens Nederlands recht in familierechtelijke betrekking met één ouder dan wel in familierechtelijke betrekkingen met twee ouders. Het begrip ‘familierechtelijke betrekking’ doelt slechts op de familierechtelijke band, en dat is de juridische afstammingsrelatie (juridische afstammingsband) met de ouder (zie artikelen 1:197–1:199 BW). Andere juridische aspecten van ouderschap, zoals namenrecht, erfrecht, onderhoudsverplichting, gezagsrecht etc, vallen niet onder het begrip ‘familierechtelijke betrekking’. Dit valt ook op te maken uit de parlementaire stukken van de Wet conflictenrecht adoptie [28 457, nr. 3, p. 12], die later is opgenomen in Boek 10 BW.
Als een adoptie de oorspronkelijk bestaande juridische afstammingsband volledig verbreekt en in de plaats daarvan een nieuwe juridische afstammingsband vestigt met de adoptiefouder dan wordt dat een sterke adoptie genoemd. Gebeurt dat niet, dan wordt de adoptie een zwakke adoptie genoemd.
Voor het Overzicht Hernummeren HRWN-NL, zie de bijlage op pag. 397
van Stcrt. 2025/35597.
Voor het Overzicht Hernummeren HRWN-NL, zie de bijlage op pag. 397
van Stcrt. 2025/35597.
Nederlander wordt ook het kind dat in het buitenland bij uitspraak van een ter plaatse bevoegde autoriteit wordt geadopteerd in overeenstemming met het op 29 mei 1993 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie, indien en op het tijdstip waarop aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de adoptie is in overeenstemming met het voornoemde verdrag tot stand gekomen, en
die adoptie heeft tot gevolg dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken, en
ten minste één der adoptiefouders is Nederlander op de dag dat de uitspraak kracht van gewijsde heeft gekregen, en
het kind was op de dag van de uitspraak in eerste aanleg minderjarig.
Voor het Overzicht Hernummeren HRWN-NL, zie de bijlage op pag. 397
van Stcrt. 2025/35597.
Voor het Overzicht Hernummeren HRWN-NL, zie de bijlage op pag. 397
van Stcrt. 2025/35597.
Tot 1 oktober 1998 kon, onder voorwaarden, het Nederlanderschap door adoptie slechts worden verkregen indien de adoptie in Nederland, Curaçao en Sint Maarten of Aruba tot stand was gekomen.
Vanaf 1 oktober 1998 verkrijgt een kind met gewone verblijfplaats in een verdragsstaat, dat wordt geadopteerd door een persoon of personen met gewone verblijfplaats in een andere verdragsstaat, ook indien de uitspraak in het land van herkomst van het kind tot stand is gekomen, van rechtswege het Nederlanderschap, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de adoptie is in overeenstemming met het Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van interlandelijke adoptie tot stand gekomen; én
de adoptie heeft tot gevolg dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken; én
ten minste één der adoptiefouders is Nederlander op de dag dat de uitspraak kracht van gewijsde heeft gekregen; én
het kind was op de dag van de uitspraak in eerste aanleg minderjarig.
Is aan alle hierboven genoemde vereisten voldaan, dan verkrijgt het overeenkomstig het Verdrag geadopteerde kind ingevolge dit artikellid het Nederlanderschap op de dag waarop de uitspraak betreffende de adoptie in kracht van gewijsde is gegaan. Die datum blijkt uit de hieronder genoemde door de betreffende verdragsstaat af te geven verklaring of uit een afschrift / uittreksel van de adoptie-uitspraak.
De hier bedoelde, in een verdragsstaat tot stand gekomen adoptie door echtgenoten of door een persoon (gehuwd of ongehuwd), waarbij familierechtelijke betrekkingen tussen het kind en de adoptant(en) ontstaan, wordt (behoudens, gelet op het belang van het kind, kennelijke strijd met de openbare orde) in alle verdragsstaten van rechtswege erkend.
Een zogenaamde verdragsadoptie is redelijk eenvoudig als zodanig te herkennen, omdat de verdragsstaat, waar de adoptie heeft plaatsgevonden, een verklaring dient af te geven, waaruit blijkt dat de adoptie overeenkomstig het Verdrag tot stand is gekomen. Tevens zal uit die verklaring blijken of de familierechtelijke betrekkingen met de oorspronkelijke ouders door de adoptie al dan niet zijn verbroken en veelal zal ook de datum waarop de adoptieuitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, erin zijn opgenomen. Elke verdragsstaat dient een instantie aan te wijzen die deze verklaring afgeeft. Overigens kan de hier bedoelde verklaring zonder enige vorm van legalisatie worden geaccepteerd1.
In het hierboven besproken geval gaat het om een zogenaamde ‘sterke adoptie’, namelijk waarbij de familierechtelijke betrekkingen met de ouders door de adoptie zijn verbroken, waardoor het kind van rechtswege de Nederlandse nationaliteit verkrijgt.
Voor een overzicht van de landen die zijn aangesloten bij het Haags Adoptieverdrag wordt verwezen naar de bijlage bij dit artikel.
Voor de betekenis van het begrip familierechtelijke betrekkingen in deze paragraaf wordt verwezen naar de definitie, zoals die is opgenomen in artikel 1, eerste lid, onder paragraaf 4.2, HRWN.
B, van vreemde nationaliteit, geboren in 2001 en wonende in verdragsstaat X, is in verdragsstaat X geadopteerd door twee in Nederland wonende Nederlanders. Nadat de adoptie-uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, is B bij de adoptiefouders in Nederland komen wonen. Overgelegd wordt een verklaring, afgegeven door de daartoe door verdragsstaat X aangewezen bevoegde instantie, waaruit blijkt dat de adoptie door voormelde Nederlanders bij rechterlijke uitspraak en in overeenstemming met het Haags adoptieverdrag totstandgekomen is, alsmede dat de familierechtelijke betrekkingen met de oorspronkelijke ouders door de adoptie verbroken zijn en dat de uitspraak betreffende de adoptie van 19 maart 2004 op 19 mei 2004 in kracht van gewijsde is gegaan.
Ingevolge artikel 5a, eerste lid, RWN, heeft B het Nederlanderschap verkregen met ingang van 19 mei 2004 (dat is de dag waarop de rechterlijke uitspraak betreffende de adoptie in kracht van gewijsde is gegaan). Aan alle voorwaarden van artikel 5a, eerste lid, is voldaan; dat zijn in casu de volgende:
B is in het buitenland geadopteerd bij uitspraak van een ter plaatse bevoegde autoriteit;
de adoptie is totstandgekomen in overeenstemming met het Haags adoptieverdrag;
de familierechtelijke betrekkingen met de oorspronkelijke ouders zijn door de adoptie verbroken;
op 19 mei 2004 (de dag waarop de rechterlijke uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan) is ten minste één van de adoptiefouders Nederlander (overigens zijn in casu beide adoptiefouders Nederlander);
B is minderjarig op 19 maart 2004 (de dag van de uitspraak in eerste aanleg).
Voor het Overzicht Hernummeren HRWN-NL, zie de bijlage op pag. 397
van Stcrt. 2025/35597.
Voor het Overzicht Hernummeren HRWN-NL, zie de bijlage op pag. 397
van Stcrt. 2025/35597.
Voor het Overzicht Hernummeren HRWN-NL, zie de bijlage op pag. 397
van Stcrt. 2025/35597.
Nederlander wordt voorts het kind dat in het buitenland in overeenstemming met het op 29 mei 1993 te ‘s-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie is geadopteerd bij een adoptie die niet tot gevolg heeft dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken, welke adoptie in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten bij rechterlijke uitspraak in overeenstemming met artikel 27 van voornoemd verdrag wordt omgezet in een adoptie naar het recht van Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten, indien en op het tijdstip waarop aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de adoptie is in overeenstemming met het voornoemde verdrag tot stand gekomen, en
ten minste één der adoptiefouders is Nederlander op de dag nadat drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak houdende omzetting in eerste aanleg of in hoger beroep, zijn verstreken zonder dat daartegen hoger beroep of beroep in cassatie is ingesteld, dan wel, indien beroep in cassatie is ingesteld, op de dag van de uitspraak in cassatie, en
het kind was op de dag van de uitspraak houdende omzetting in eerste aanleg minderjarig.
Voor het Overzicht Hernummeren HRWN-NL, zie de bijlage op pag. 397
van Stcrt. 2025/35597.
Voor het Overzicht Hernummeren HRWN-NL, zie de bijlage op pag. 397
van Stcrt. 2025/35597.
Ook een verdragsadoptie, waarbij de familierechtelijke betrekkingen met de ouders niet verbroken zijn, een zogenaamde ‘zwakke’ adoptie, moet door alle verdragsstaten als zodanig worden erkend en het kind zal als adoptiefkind van de adoptant(en) aangemerkt moeten worden.
Door de ‘zwakke’ adoptie verkrijgt het kind niet het Nederlanderschap. De ‘zwakke’ adoptie kan echter in Nederland, Curaçao en Sint Maarten of Aruba bij rechterlijke uitspraak worden omgezet in een adoptie naar Nederlands, Nederlands-Antilliaans of Arubaans recht (ofwel een ‘sterke adoptie’). Uit artikel 5a, tweede lid, RWN blijkt dat door die omzetting het Nederlanderschap wordt verkregen indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
de adoptie is in overeenstemming met het Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van interlandelijke adoptie tot stand gekomen; én
ten minste één der adoptiefouders is Nederlander op de dag nadat drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak houdende de omzetting in eerste aanleg of in hoger beroep zijn verstreken zonder dat daartegen hoger beroep, of cassatie is ingesteld, dan wel, indien beroep in cassatie is ingesteld, op de dag van de uitspraak in cassatie; én
het kind was op de dag van de uitspraak houdende omzetting in eerste aanleg minderjarig.
Is aan de hierboven genoemde voorwaarden voldaan, dan verkrijgt het kind het Nederlanderschap op het tijdstip bedoeld onder het bovengenoemde tweede aandachtsteken (de dag waarop de rechterlijke uitspraak in het algemeen niet meer open staat voor beroep); dat is dus:
op de dag nadat drie maanden zijn verstreken te rekenen van de dag van de uitspraak houdende de omzetting in eerste aanleg, of
indien hoger beroep is ingesteld: op de dag nadat drie maanden zijn verstreken te rekenen van de dag van de uitspraak in hoger beroep, of
indien beroep in cassatie is ingesteld: op de dag van de uitspraak in cassatie.
Zou na het tijdstip van verkrijging van het Nederlanderschap alsnog tegen de rechterlijke uitspraak met betrekking tot de omzetting met succes beroep of beroep in cassatie worden ingesteld (door een destijds onbekende belanghebbende), dan gaat, mits het kind dan nog minderjarig is, in principe het verkregen Nederlanderschap verloren op grond van artikel 14, tweede lid, RWN (zie voor verlies van het Nederlanderschap door het vervallen van de familierechtelijke betrekking waaraan het wordt ontleend, de toelichting bij artikel 14, tweede lid, RWN).
C, van vreemde nationaliteit, geboren in 2001 en wonende in verdragsstaat Y, is in verdragsstaat Y geadopteerd door twee in Nederland wonende Nederlanders. Nadat de adoptie-uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, is C bij de adoptiefouders in Nederland komen wonen. Overgelegd wordt een verklaring, afgegeven door de daartoe door verdragsstaat Y aangewezen bevoegde instantie, waaruit blijkt dat de adoptie door voormelde Nederlanders bij rechterlijke uitspraak en in overeenstemming met het Haags adoptieverdrag totstandgekomen is, alsmede dat de familierechtelijke betrekkingen met de oorspronkelijke ouders door de adoptie nietverbroken zijn en dat de uitspraak betreffende de adoptie van 5 januari 2004 op 5 maart 2004 in kracht van gewijsde is gegaan. De adoptie is in Nederland bij beschikking van de rechtbank Amsterdam van 8 juni 2004 (in overeenstemming met artikel 27 van voornoemd verdrag) omgezet in een adoptie naar Nederlands recht. Er wordt geen hoger beroep ingesteld.
Ingevolge artikel 5a, tweede lid, RWN, heeft C het Nederlanderschap verkregen op 9 september 2004 (dat is de dag nadat drie maanden te rekenen van de dag van de uitspraak met betrekking tot de omzetting zijn verstreken, zonder dat hoger beroep is ingesteld). Aan alle voorwaarden van artikel 5a, tweede lid, is voldaan; dat zijn in casu de volgende:
C is in het buitenland geadopteerd bij uitspraak van een ter plaatse bevoegde autoriteit;
de adoptie, waardoor de familierechtelijke betrekkingen met de oorspronkelijke ouders niet verbroken zijn, is totstandgekomen in overeenstemming met het Haags adoptieverdrag;
de adoptie is in Nederland bij rechterlijke uitspraak omgezet in een adoptie naar Nederlands recht;
op 9 september 2004 (de dag nadat drie maanden te rekenen van de dag van de uitspraak met betrekking tot de omzetting zijn verstreken, zonder dat hoger beroep is ingesteld) is ten minste één van de adoptiefouders Nederlander (overigens zijn in casu beide adoptiefouders Nederlander);
C is minderjarig op 8 juni 2004 (de dag van de uitspraak met betrekking tot de omzetting in eerste aanleg).
Ook verdragsadopties, waarbij niet Nederland en een verdragsstaat van herkomst, maar wel twee andere verdragsstaten betrokken zijn geweest, zullen in Nederland worden erkend. Ook dergelijke adopties kunnen, op de wijze als hiervoor vermeld, verkrijging van het Nederlanderschap tot gevolg hebben.
Voor een overzicht van de landen die zijn aangesloten bij het Haags Adoptieverdrag wordt verwezen naar de bijlage bij dit artikel.
Voor het Overzicht Hernummeren HRWN-NL, zie de bijlage op pag. 397
van Stcrt. 2025/35597.
Voor het Overzicht Hernummeren HRWN-NL, zie de bijlage op pag. 397
van Stcrt. 2025/35597.
Het op 29 mei 1993 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van interlandelijke adoptie (Haags Adoptieverdrag) is voor Nederland op 1 oktober 1998 in werking getreden. Het verdrag is in werking getreden voor de volgende staten (situatie 1 oktober 2022):
Land
In werking getreden met ingang van
Albanië
1 januari 2001
Andorra
1 mei 1997
Armenië
1 juni 2007
Australië
1 december 1998
Azerbeidzjan
1 oktober 2004
België
1 september 2005
Belize
1 april 2006
Benin
1 oktober 2018
Bolivië
1 juli 2002
Brazilië
1 juli 1999
Bulgarije
1 september 2002
Burkina Faso
1 mei 1996
Burundi
1 februari 1999
Cambodja
Op 1 augustus 2007 is het Haags Adoptieverdrag in werking getreden voor Cambodja. Tussen Nederland en Cambodja is het verdrag niet in werking getreden aangezien Nederland bezwaar heeft gemaakt tegen toetreding van Cambodja tot het Verdrag.
Canada
1 april 1997
Chili
1 november 1999
China
1 januari 2006
Congo
1 september 2020
Colombia
1 november 1998
Costa Rica
1 februari 1996
Cyprus
1 juni 1995
Denemarken
1 november 1997
Dom Republiek
1 maart 2007
Duitsland
1 maart 2002
Ecuador
1 januari 1996
Estland
1 juni 2002
Fiji
1 augustus 2012
Filippijnen
1 november 1996
Finland
1 juli 1997
Frankrijk
1 oktober 1998
Georgië
1 augustus 1999
Ghana
1 januari 2017
Griekenland
1 januari 2010
Guatemala
Op 1 maart 2003 is het werking getreden voor Guatemala.
Tussen Nederland en Guatemala is het verdrag echter nog niet in werking getreden aangezien Nederland bezwaar heeft gemaakt tegen de toetreding van Guatemala tot het Verdrag.
Guinee
5 april 2004
Guyana
1 juni 2019
Haïti
1 april 2014
Honduras
1 juli 2019
Hongarije
1 augustus 2005
India
1 oktober 2003
Israël
1 juni 1999
Italië
1 mei 2000
Ivoorkust
1 oktober 2015
Kaapverdië
1 januari 2010
Kenia
1 juni 2007
Kirgizië (Kirgistan)
1 november 2016
Kroatië
1 september 2014
Lesotho
1 december 2012
Letland
1 december 2002
Liechtenstein
1 mei 2009
Litouwen
1 augustus 1998
Luxemburg
1 november 2002
Macedonië
1 april 2009
Madagaskar
1 september 2004
Mali
1 september 2006
Malta
1 februari 2005
Mauritius
1 januari 1999
Mexico
1 mei 1995
Moldavië
1 augustus 1998
Monaco
1 oktober 1999
Mongolië
1 augustus 2000
Montenegro
1 juli 2012
Namibië
1 januari 2016
Nederland(Europa)
1 oktober 1998
Nieuw-Zeeland
1 januari 1999
Niger
1 september 2021
Noorwegen
1 januari 1998
Oostenrijk
1 september 1999
Panama
1 januari 2000
Paraguay
1 september 1998
Peru
1 januari 1996
Polen
1 oktober 1995
Roemenië
1 mei 1995
Rwanda
1 juli 2012
Saint Kitts en Nevis
1 februari 2021
San Marino
1 februari 2005
Senegal
1 december 2011
Servië
1 april 2014
Seychellen
1 oktober 2008
Slovenië
1 mei 2002
Slowakije
1 oktober 2001
Spanje
1 november 1995
Sri Lanka
1 mei 1995
Swaziland (Eswatini)
1 juli 2013
Thailand
1 augustus 2004
Togo
1 februari 2010
Tsjechië
1 juni 2000
Turkije
1 september 2004
Uruguay
1 april2004
Venezuela
1 mei 1997
Verenigd Koninkrijk en Noord-Ierland
1 juni 2003
Verenigde Staten
1 april 2008
Vietnam
1 februari 2012
Wit-Rusland (Belarus)
1 november 2003
IJsland
1 mei 2000
Zambia
1 oktober 2015
Zuid-Afrika
1 december 2003
Zweden
1 september 1997
Zwitserland
1 januari 2003
Zie voor recente informatie de website van de ‘Hague conference on private international law’: www.hcch.net. Het Haags adoptieverdrag is op de website gerubriceerd onder Convention nr. 33.
Voor het Overzicht Hernummeren HRWN-NL, zie de bijlage op pag. 397
van Stcrt. 2025/35597.
Voor het Overzicht Hernummeren HRWN-NL, zie de bijlage op pag. 397
van Stcrt. 2025/35597.
Voor het Overzicht Hernummeren HRWN-NL, zie de bijlage op pag. 397
van Stcrt. 2025/35597.
Voor het Overzicht Hernummeren HRWN-NL, zie de bijlage op pag. 397
van Stcrt. 2025/35597.
Artikel 5a
Artikel 5a
Onderdeel van Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 1 februari 2026