Het bedrag van de kosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand moet worden vastgesteld aan de hand van het in de bijlage van het Besluit proceskosten bestuursrecht opgenomen forfaitaire tarief. De kosten voor het inroepen van rechtsbijstand moeten steeds in overeenstemming zijn met de gecompliceerdheid en bewerkelijkheid van de zaak en de daarmee verbandhoudende werkbelasting van de rechtsbijstandverlener.
De kosten voor het inroepen van rechtsbijstand moeten redelijk zijn. Het inroepen van rechtsbijstand wordt in ieder geval niet als redelijk beschouwd indien er sprake is van een verschrijving in het primaire besluit die bijvoorbeeld met een enkel telefoontje opgelost had kunnen worden.
De behandeling van een zaak in de bezwaarfase behoort in beginsel tot de categorie gemiddeld. Van wegingsfactor 1 wordt afgeweken, indien een zaak niet dient te worden aangemerkt als zijnde gemiddeld, maar als:
a. zeer licht (wegingsfactor 0,25).
Dit betreft onder andere kennelijk gegronde bezwaren waarvan onmiddellijk vaststaat dat er sprake is van strijd met de wet. Hieronder kunnen ook vallen, bezwaren waaraan in een ambtshalve genomen herzieningsbesluit tegemoetgekomen wordt. Ook bezwaarschriften gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit (ex artikel 6:2 Algemene wet bestuursrecht) worden aangemerkt als zijnde zeer licht. De verwachting is dat de werkbelasting van de rechtsbijstandverlener in dergelijke zaken niet hoog is. Ook de bewerkelijkheid en de gecompliceerdheid van dergelijke zaken zal niet groot zijn;
b. licht (wegingsfactor 0,50).
Dit betreft zaken waarbij weinig tot geen beleidsvrijheid voor de heffingsambtenaar bestaat, zoals bij gebonden beschikkingen. Hierbij wordt opgemerkt dat niet alleen de wet de beoordelingsvrijheid van de heffingsambtenaar kan beperken, ook geldende verordeningen, dan wel beleidsregels kunnen de beoordelingsvrijheid van de heffingsambtenaar beperken. In dergelijke gevallen is het voor de rechtsbijstandverlener duidelijk aan welke voorwaarden de heffingsambtenaar dient te toetsen alvorens tot een besluit te komen. In verband hiermee wordt vermoed dat de werkbelasting van de rechtsbijstandverlener niet dermate hoog zal zijn. Ook de bewerkelijkheid en de gecompliceerdheid van dergelijke zaken zal niet al te groot zijn;
c. zwaar (wegingsfactor 1,5).
Dit betreft zaken die inhoudelijk of juridisch als ingewikkeld dan wel complex of omvangrijk worden aangemerkt. Hierbij valt onder andere te denken aan bezwaren tegen besluiten die betrekking hebben op onduidelijke nieuwe wetgeving of besluiten waarin meerdere rechtsgebieden/regelgevingen een relevante rol spelen. Hierdoor zal de werkbelasting van de rechtsbijstandverlener naar verwachting hoger liggen dan bij gemiddelde zaken;
d. zeer zwaar (wegingsfactor 2).
Dit betreft zaken die inhoudelijk of juridisch als zeer ingewikkeld dan wel complex of zeer omvangrijk moeten worden aangemerkt. Hierbij kan gedacht worden aan (Europeesrechtelijke) zaken, waarbij zowel de wetsuitleg als de jurisprudentie geen uitkomst bieden. Daarnaast kan gedacht worden aan zaken met zeer complexe schade aspecten. In dergelijke gevallen zal de werkbelasting van de rechtsbijstandverlener zeer hoog liggen. Immers, de informatie is voor de rechtsbijstandverlener niet of nauwelijks voor handen.
Per individuele zaak zal beoordeeld moeten worden, welke wegingsfactor van toepassing is.
Artikel 8
Wegingsfactoren voor de berekening van de vergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand
Onderdeel van Beleidsregels inzake de toepassing van wegingsfactoren kosten in de bestuurlijke voorprocedure 2010