Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

Wettelijke regelingen

Onderdeel van Standplaatsenbeleid gemeente Kampen

Naast de APV zijn voor het reguleren en innemen van standplaatsen nog verschillende wettelijke regelingen van toepassing, die hieronder kort zijn weergegeven: Grondwet Artikel 7 van de Grondwet regelt de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van drukpers. Beoordeeld moet worden of sprake is van drukwerk waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard. Het verspreiden van handelsreclame wordt niet tot de vrijheid van drukpers gerekend. Artikel 7 van de Grondwet impliceert dat voor het aanbieden van gedrukte stukken geen vergunning kan worden geëist. Wanneer het verspreiden van gedrukte stukken vanaf een standplaats gebeurd, is voor het innemen van de standplaats wel een vergunning vereist. Deze vergunning mag echter niets bepalen over de inhoud van gedrukte stukken, maar wel over zaken betreffende de openbare ore en veiligheid, volksgezondheid enz. Warenwet De Warenwet stelt naast regels voor de hoedanigheid en aanduiding van waren ook eisen aan de hygiëne en degelijkheid van producten. De Warenwet geldt ook voor het drijven van handel vanaf een standplaats. Omdat dit type handel enkele specifieke kenmerkten heeft, is daarop ook de Hygiënecode Ambulante Handel Eet- en Drinkwaren van toepassing. De uitvoering van deze wet berust bij de Voedsel- en Warenautoriteit. Winkeltijdenwet Deze wet regelt een aantal zaken met betrekking tot de openingstijden van winkels en het leveren van goederen aan particulieren. De bepalingen uit de Winkeltijdenwet gelden, op grond van artikel 2, lid 2, van de Winkeltijdenwet ook voor de verkoop van goederen vanaf een standplaats. Wet milieubeheer In de Wet milieubeheer wordt een regeling getroffen voor inrichtingen die hinder of overlast kunnen veroorzaken voor de omgeving. Deze bepalingen gelden ook voor houders van standplaatsen. Vooral aan mobiele verkoopinrichtingen van vis en snacks worden milieueisen gesteld. Deze eisen betreffen in hoofdzaak de gevolgen van het bakken. Het gaat daarbij om zaken als vetafscheiding van het afvalwater en het voorkomen van geuroverlast. De standplaatshouder kan ook verplicht worden gesteld zelf voldoende maatregelen te nemen om zwerfvuil rond zijn standplaats te voorkomen. Of er sprake is van een inrichting dient per standplaats te worden bepaald. Wet op de ruimtelijke ordening Wanneer een standplaatsvergunning krachtens de APV wordt verstrekt, blijven eventuele eisen die in het geldende bestemmingsplan worden gesteld van kracht. Aangezien een standplaats in het algemeen een mobiel karakter heeft, zal er geen definitieve planologische reservering van standplaatsen plaatsvinden. In de bestemmingsplannen zal zo nodig worden verwezen naar het standplaatsenbeleid. Woningwet Op grond van artikel 40 van de Woningwet is het verboden te bouwen zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders. Een standplaatshouder met een mobiele wagen, die elke avond zijn standplaats ontruimt, heeft geen bouwvergunning nodig , aangezien in een dergelijke situatie geen sprake is van een bouwwerk in de zin van de Woningwet. Als een standplaats niet wordt ontruimd en dus een permanent karakter krijgt, is sprake van een vergunningplichtig bouwwerk in de zin van de Woningwet en dient ondermeer een toetsing aan het bestemmingsplan plaats te vinden. In dat geval is de APV niet meer van toepassing en is dus geen standplaatsvergunning meer vereist, aangezien de Woningwet hogere wetgeving is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel