Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1

Begripsbepalingen: standplaatslocatie en onderverdeling standplaatsen

Onderdeel van Standplaatsenbeleid gemeente Kampen

Een standplaats is volgens de APV een plaats die geschikt is voor ‘een voertuig, een marktkraam, een tafel of enig ander middel” waar goederen worden uitgestald om te koop aan te bieden, dan wel te verstrekken aan publiek. De intentie van een standplaats is het bieden van een locatie voor een mobiele verkoopinrichting. Een standplaatslocatie is een aaneengesloten gebied dat geschikt is voor één of meer standplaatsen voor ambulante handel. Een standplaats is een (op een locatie aangewezen) gebied, waarop – binnen de aangegeven afmetingen – één standplaats mag worden ingenomen. Standplaatsen worden voor de beschrijving van het beleidskader als onderverdeeld in vaste, tijdelijke en incidentele standplaatsen. Vaste standplaats: Van een permanente standplaats is sprake bij een (beoogd) gebruik voor onbepaalde tijd door een standplaatshouder gedurende maximaal 6 dagen per kalenderweek.( Hiertoe behoren met name de vaste standplaatsen bij de diverse winkelcentra) Tijdelijke standplaats: Hiervan is sprake als het (beoogd) gebruik door een standplaatshouder voor een bepaalde tijd, tot een maximum van twee maanden betreft, gedurende ten hoogste 6 dagen per week.( Denk hierbij aan standplaatsen voor een oliebollenkraam of de verkoop van kerstbomen) Incidentele standplaats: Van een tijdelijke standplaats is sprake bij een beoogd gebruik van ten hoogste zes dagen per kalenderjaar. (Hieronder vallen met name activiteiten als autoruitreparatie). Bij incidentele standplaatsen wordt voor wat betreft het doel dat met het innemen van een standplaats wordt beoogd onderscheid worden gemaakt tussen het commercieel of niet commercieel (waaronder ideëel )aanbieden van goederen en diensten. Bij het laatste valt te denken aan het werven van leden/donateurs voor het Wereld Natuur Fonds of een politieke organisatie).

Rechtspraak bij dit artikel