Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.3

Toetsingscriteria

Onderdeel van Standplaatsenbeleid gemeente Kampen

De verschillende standplaatslocaties, zoals die zijn aangegeven in tabel 2, zijn beoordeeld aan de hand van criteria die zijn ontleend aan de weigeringsgronden voor standplaatsvergunningen, zoals opgenomen 5.2.3., lid 6 van de APV. Deze criteria zijn hieronder beschreven en aangevuld en zijn op alle standplaatsen van toepassing. Openbare orde (art. 5.2.3, lid 6 a APV) Brandveiligheid: op een afstand van minder dan 5 meter vanaf bebouwing mag in principe geen standplaats worden ingenomen, indien gebruik wordt gemaakt van bak- en braadapparatuur of verwarmingsapparatuur in verband met gevaar voor overslag van brand in het geval dat door het gebruik van de standplaats brand kan ontstaan. Mogelijkheden om van deze regel af te wijken dienen te worden beoordeeld door de brandweer. Sociale veiligheid: in het belang van de sociale veiligheid dient de openbare ruimte zoveel mogelijk open en controleerbaar te zijn. Een standplaats mag daarom niet op een zodanige locatie worden gesitueerd dat aan deze uitgangspunten afbreuk wordt gedaan. Voorkomen of beperken van overlast (art. 5.2.3, lid 6b APV) In het kader van zowel de Wet milieubeheer als de Handreiking veiligheid op de markt dient een minimale afstand van 5 meter ten opzichte van de bebouwing te worden aangehouden, indien gebruik wordt gemaakt van apparatuur voor frituren, bakken of braden. Bij het innemen van standplaatsen door snack- en/of viswagens dient een zodanige afstand ten opzichte van woonbebouwing te worden ingenomen dat (geur)overlast wordt voorkomen Er mag geen standplaats worden ingenomen onmiddellijk voor de toegang en (nood)uitgang van woningen, winkels en bedrijven. Bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving (art. 5.2.3, lid 6c APV) Een standplaats en de omvang daarvan moet passen binnen het straatbeeld De situering van een standplaats moet passen binnen de ruimtelijke kwaliteit ) het ruimtelijk (stedenbouwkundig) concept) van de omgeving Ongehinderde doorgang van het verkeer of de verkeersveiligheid (art. 5.2.3, lid 6d APV) Het beperken van overlast, verkeersvrijheid- en veiligheid, het ordelijk en veilig verloop van de verkeersbewegingen. Kramen, karren en stallen mogen een vlotte voetgangersstroom niet beletten. Ook gehandicapten in rolstoelen, scootmobielen etc. dienen voldoende doorgang te behouden door de aanwezigheid van standplaatsen. Een standplaats mag geen verkeer- of parkeerhinder tot gevolg hebben. Standplaatsen mogen voorts niet verkeersgevaarlijke situaties opleveren doordat zij bijvoorbeeld het zicht op naderend verkeer ontnemen. Bij het innemen van standplaatsen dient tevens rekening te worden gehouden met de toegankelijkheid voor hulpverleningsdiensten ingeval van calamiteiten. Verzorgingsniveau (art. 5.2.3, lid 6e APV) De gemeente mag uitsluitend beschermende maatregelen treffen ten behoeve van winkelvoorzieningen in opbouw, dan wel voor het behoud van winkelvoorzieningen in kleine kernen. Indien zich een dergelijke situatie voordoet kan een standplaatsvergunning worden geweigerd. Bestemmingsplan (art. 5.2.3, lid 6 f APV) Een standplaatsvergunning kan worden geweigerd vanwege strijdigheid met een geldend bestemmingsplan. Aanvullende criteria Met uitzondering van de thans vastgelegde vaste standplaatslocaties worden geen standplaatslocaties aangewezen en standplaatsen vergund op gronden die geen eigendom zijn van de gemeente. Achtergrond hiervan is de potentiële belemmering voortvloeiende uit de noodzakelijke toestemming van de grondeigenaar en het streven standplaatslocaties te koppelen aan winkelcentra. Het in het standplaatsenbeleid 2006 vastgelegde uitgangspunt dat een verkoopinrichting inclusief uitstalling maximaal 25 m2 van omvang mag zijn, is problematisch voor met name groenteboeren, die gelet op de te verkopen waren, dan niet beschikken over voldoende uitstalruimte. Daarom zal voor de standplaatsen voor groenteboeren een uitzondering worden gemaakt op het maximum van 25 m2. Gelet op de beschikbare ruimte is het echter niet op iedere locatie mogelijk om meer dan 25 m2 te bezetten. Voor standplaatsen van groenteboeren zal daarom uiteindelijk het maximum dan ook per locatie worden bepaald en worden aangegeven in de vergunning, met dien verstande dat de lengte van de standplaats maximaal 12 strekkende meter en de diepte maximaal 3,5 meter mag bedragen. Bij de berekening van de oppervlakte van een standplaats wordt de zogenaamde voorluifel van een kraam of verkoopwagen niet meegerekend, tenzij onder deze luifel te verkopen goederen worden uitgestald. Voor de overige bestaande standplaatsen zal een maximum van 25 m2 per standplaats gelden. Standplaatsvergunningen worden slechts verleend aan natuurlijke personen en niet op naam van een onderneming zoals een vennootschap onder firma. Per natuurlijke persoon wordt per dag niet meer dan één standplaatsvergunning verleend. Vergunningen voor vaste standplaatsen buiten het stadscentrum van Kampen worden in principe voor onbepaalde tijd verleend. Vergunningen voor vaste standplaatsen in het centrum van Kampen worden verleend voor een periode van maximaal vijf jaar (Zie ook 4.5) Voor de vaste standplaatsen op de Plantage wordt een zomer- en een winteropstelling gehanteerd, die parallel loopt met de zomer- en winteropstelling van de zaterdagmarkt. Tijdens de zomeropstelling is de vaste standplaats van de groenteboer in de Vispoort. In de winteropstelling worden de standplaatsen van de groenteboer en een snackverkoper op de Plantage in de lengterichting gekoppeld om het zicht op de Plantage als horecaplein niet onnodig te beperken. Vergunningen voor tijdelijke en incidentele standplaatsen worden niet voor een langere periode dan een jaar verleend. Aanvragen voor een komend kalenderjaar worden pas vanaf 1 november in het jaar daaraan voorafgaand in behandeling genomen. Behoudens de gevallen genoemd in artikel 1.6 van de APV kunnen standplaatsvergunningen eveneens worden gewijzigd of ingetrokken wanneer sprake is van een wijziging in het gemeentelijke standplaatsenbeleid. Om een eenzijdige benutting van standplaatsen te voorkomen, wordt per in principe per standplaatslocatie, per dag slechts één vergunning per branche verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel