**1..** Het dagelijks bestuur ziet af van verlaging indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; òf
de gedraging meer dan 1 jaar vóór constatering van die
gedraging door het dagelijks bestuur heeft plaatsgevonden,
tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht
inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte
bijstand is verleend.
**2..** Een verlaging wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet
opgelegd na verloop van 5 jaren nadat de betreffende gedraging heeft
plaatsgevonden.
**3..** Het dagelijks bestuur kan afzien van verlaging indien het daarvoor
dringende redenen aanwezig acht.
**4..** Indien het dagelijks bestuur afziet van verlaging op grond van
dringende redenen wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk
mededeling gedaan.
Hoofdstuk 1:
Artikel 5
Afzien van verlaging van de bijstand
Onderdeel van Afstemmings- en handhavingsverordening Wet werk en bijstand 2007