**1..** Elke vier jaren treden alle leden van de commissie af en wel volgens
een namens het DB op te maken schema van aftreden, dat zodanig wordt
opgesteld dat jaarlijks bij toerbeurt niet meer dan één lid van de
commissie aftreedt.
**2..** Elke vier jaren treedt de voorzitter van de commissie af.
**3..** Het in het vorige lid bedoelde periodieke aftreden vindt plaats op
de eerste januari van enig kalenderjaar.
**4..** Een lid, dat ter voorziening in een tussentijdse vacature is
benoemd, heeft zitting gedurende vier jaren gerekend vanaf het
moment waarop in de tussentijdse vacature werd voorzien. Zonodig
stelt de commissie in verband hiermee het in lid 1 bedoelde rooster
bij.
**5..** De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment
ontslag nemen.
**6..** De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie
blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is
voorzien.
**7..** Elke vacature deelt de commissie binnen veertien dagen na het
ontstaan van die vacature, mede aan het DB.
**8..** De voorzitter en de leden kunnen na de zittingsperiode van vier jaar
worden herbenoemd.