Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Verordening Adviescommissie Bezwaar en Beroep

1.. Elke vier jaren treden alle leden van de commissie af en wel volgens een namens het DB op te maken schema van aftreden, dat zodanig wordt opgesteld dat jaarlijks bij toerbeurt niet meer dan één lid van de commissie aftreedt. 2.. Elke vier jaren treedt de voorzitter van de commissie af. 3.. Het in het vorige lid bedoelde periodieke aftreden vindt plaats op de eerste januari van enig kalenderjaar. 4.. Een lid, dat ter voorziening in een tussentijdse vacature is benoemd, heeft zitting gedurende vier jaren gerekend vanaf het moment waarop in de tussentijdse vacature werd voorzien. Zonodig stelt de commissie in verband hiermee het in lid 1 bedoelde rooster bij. 5.. De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. 6.. De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. 7.. Elke vacature deelt de commissie binnen veertien dagen na het ontstaan van die vacature, mede aan het DB. 8.. De voorzitter en de leden kunnen na de zittingsperiode van vier jaar worden herbenoemd.

Rechtspraak bij dit artikel