1.Voor de ontvangers van hulp in het huishouden als bedoeld in artikel 2.1. sub b en c. van de
verordening gelden voor de periode dat de voorziening verstrekt wordt, de hieronder genoemde
eigen bijdragen (2009, CAK):
a.voor de ongehuwde persoon jonger dan 65 jaar € 17,20 per vier weken, met dien verstande
dat indien zijn inkomen meer bedraagt dan € 21.703,- het bedrag van € 17,20 wordt verhoogd
met een dertiende deel van 15 % van het verschil tussen zijn inkomen en € 21.703,-;
b.voor de ongehuwde persoon van 65 jaar en ouder € 17,20 per vier weken, met dien
verstande dat indien zijn inkomen meer bedraagt dan € 14.812,-- het bedrag van € 17.20
wordt verhoogd met een dertiende deel van 15 % van het verschil tussen zijn inkomen en €
812,-;
voor de gehuwde personen indien een van beiden jonger is dan 65 jaar of beiden jonger zijn
dan 65 jaar € 24.60 per vier weken, met dien verstande dat indien hun gezamenlijke inkomen
meer bedraagt dan € 26.535,-- het bedrag van € 24,60 wordt verhoogd met een dertiende
deel van 15 % van het verschil tussen hun gezamenlijke inkomen en € 26.535,-;
d.voor de gehuwde personen die beiden 65 jaar of ouder zijn € 24.60 per vier weken, met dien
verstande dat indien hun gezamenlijke inkomen meer bedraagt dan € 20.431,- het bedrag
van € 24,60 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15 % van het verschil tussen hun
gezamenlijke inkomen en € 20.431,-;
2.
a.Het inkomen, als bedoeld in het artikel 2 lid 1, bestaat uit het inkomen over het peiljaar van de
ongehuwde persoon dan wel de gehuwden personen tezamen, en bedraagt:
1.indien met betrekking tot het peiljaar een aanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld:
het verzamelinkomen, bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001, in het
peiljaar;
2.in de overige gevallen: het belastbare loon, bedoeld in artikel 9 van de Wet op de
loonbelasting 1964, in het peiljaar.
b.Inkomen dat in het buitenland wordt belast, dan wel is vrijgesteld van belasting op grond van
bepalingen van internationaal recht, wordt mede in aanmerking genomen als ware dit aan de
Nederlandse belastingwetgeving onderworpen.
c.In afwijking van sub a vindt op aanvraag van de persoon aan wie hulp bij het huishouden is
verleend een voorlopige vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen plaats, indien
redelijkerwijs te verwachten is dat het inkomen in het lopende jaar ten minste € 1.816,-- lager
zal zijn dan het inkomen, bedoeld in sub a.
d.Indien het gestelde onder sub c is toegepast, vindt na afloop van het jaar definitieve vaststelling
van het bijdrageplichtig inkomen over dat jaar plaats. Indien daarbij blijkt dat het bijdrageplichtig
inkomen minder dan € 1.816,-- lager is geweest dan het inkomen, bedoeld in sub a, vindt
definitieve vaststelling plaats overeenkomstig sub a.
3.Voor de toepassing van lid 1 en 2 wordt een wijziging in de burgerlijke staat van de ongehuwde
persoon of gehuwde personen en het bereiken van een van belang zijnde leeftijd van een van deze
personen in aanmerking genomen met ingang van de datum waarop die wijziging plaatsvindt.
4.Indien op grond van artikel 4.5 van het Besluit Maatschappelijke Ondersteuning de in dit artikel
genoemde bedragen aangepast worden, treden die aangepaste bedragen in plaats van de
vermelde bedragen.
5.Indien een voorziening wordt verstrekt zoals bedoeld in artikel 2.4. van de verordening is geen
eigen bijdrage verschuldigd.
6.De eigen bijdrage bedraagt maximaal de kosten van de voorziening.
Hoofdstuk 9.
Artikel 2
Eigen bijdrage bij hulp bij het huishouden
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Haarlemmermeer 2011