Een lid van de raad dat lid is van een vertrouwenscommissie, bedoeld in artikel 61, derde lid, van de Gemeentewet dan wel lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet, kan voor de duur van het lidmaatschap van de commissie dan wel de duur van de activiteiten per jaar een toelage tot ten hoogste 5% van de vergoeding voor de werkzaamheden op jaarbasis ontvangen.
De raad kan bij instelling van een commissie als bedoeld in lid 1 besluiten deze vergoeding toe te kennen.
Voor de toepassing van het eerste lid stelt de burgemeester de duur van het lidmaatschap van de commissie dan wel de duur van de activiteiten vast.
Hoofdstuk
Artikel 2a
Extra vergoeding voor leden van raadscommissies met tijdelijk karakter
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raadsleden, commissieleden en fractievertegenwoordigers 2011