Het college stelt op aanvraag aan het raadslid ten laste van de gemeente computerapparatuur, bijbehorende apparatuur en software ten behoeve van de uitoefening van de werkzaamheden in bruikleen ter beschikking voor de duur van het raadslidmaatschap. Hiervoor zal door de gemeente een standaardconfiguratie worden verstrekt, gebaseerd op een desktop dan wel op verzoek een notebook systeem, voldoende toegerust voor het beoogde gebruik en voorzien van een onderhoudscontract. De aanschafwaarde van de verstrekkingen bedraagt per periode van vier jaar maximaal €1.000,- inclusief de aanschafwaarde van eventuele eerdere verstrekkingen en vergoedingen.
Indien het raadslid verklaart en aannemelijk maakt dat de in lid 1 genoemde apparatuur geheel of nagenoeg geheel (90% of meer) wordt gebruikt ten behoeve van de uitoefening van het raadslidmaatschap en wanneer dit feitelijk ook gebeurt, kan belastingheffing achterwege blijven. De gemeente conformeert zich bij de uiteindelijke belastingheffing aan het oordeel van de belastingdienst, aan wie de betreffende verklaring ter toetsing wordt voorgelegd.
Wanneer er sprake is van meer dan 10% privégebruik, vindt gedurende de eerste drie jaar een jaarlijkse fiscale bijtelling plaats van 30% van de aanschafwaarde.
Het raadslid ondertekent voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst met de gemeente.
Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.
Indien het raadslid geen gebruik maakt van de in lid 1 of lid 7 genoemde voorzieningen, verstrekt het college op aanvraag aan het raadslid ten behoeve van de uitoefening van het raadslidmaatschap een vergoeding voor het gebruik van eigen computerapparatuur. Deze vergoeding bedraagt per maand 1/48 deel van de economische waarde van de apparatuur op het moment van aanvang van het raadslidmaatschap, met een maximum van € 20,83 per maand. Bij het vaststellen van de economische waarde wordt uitgegaan van een levensduur van vier jaar vanaf het moment van de aanschaf. Over deze vergoeding wordt belasting geheven.
Indien geen gebruik is gemaakt van de in artikel 1 of 6 genoemde voorzieningen, verstrekt het college op aanvraag aan het raadslid ten behoeve van de uitoefening van het raadslidmaatschap een vergoeding voor de aanschafkosten van computerapparatuur. Deze vergoeding bedraagt maximaal € 1000,- per vier jaar inclusief de aanschafwaarde van eventuele eerdere verstrekkingen en vergoedingen. Over deze vergoeding wordt belasting geheven.
Hoofdstuk
Artikel 8
Computerapparatuur en internetverbinding
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raadsleden, commissieleden en fractievertegenwoordigers 2011